Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

betaalt voor die haven, die niet mag vervallen, elk jaar ongeveer vijf duizend guldens.

De waarborg, die reeds lag in het vorig ontwerp ), is thans nog meer letterlijk bepaald. De helft zal op de Rijksbegrooting worden gebrachten men zal dan in ieder bijzonder geval kunnen nagaan in hoever de behoefte daaraan bestaat, in hoever in die behoefte bovenmatig of op eene redelijke wijze is tegemoet gekomen.

Men heeft verder gewaagd van het misbruik, dat van deze wet zou kunnen gemaakt worden.

Dit is een wrapen, tegen zoovele wetten te keeren. Indien ik hier voorbeelden wilde bijbrengen, zij zouden niet ontbreken: ik zal u slechts wijzen op één punt, dat mij thans voor den geest komt. De provinciale wet bevat een artikel, waarin gezegd wordt, dat eenige daar opgenoemde uitgaven op de provinciale begrooting zullen worden gebracht, en in een ander artikel wordt gezegd dat, zoo de Provinciale Staten weigeren, die uitgaven op de begrooting te brengen, zij daarop zullen worden gebracht door den Koning. Welnu, zoo men aan dergelijk misbruik wilde toegeven als soms van eene wet kan worden gevreesd, een misbruik, waarbij men het beginsel, het stelsel, de gedachte waarin de wet ontworpen is voorbijzag, — welk misbruik zou niet van deze bepaling te vreezen zijn? Onder de uitgaven, die op de provinciale begrooting moeten gebracht worden, noemt de wet alle uitgaven in het provinciaal belang noodig. Een gouvernement, dat de wet miskent, brengt op de provinciale begrooting de uitgaven, welke het noodig keurt in het provinciaal belang, of het keurt de begrooting niet goed zoolang die daarop niet door de Staten zijn gebracht. Welk een despotismus, welk eene willekeur zou aldus ontstaan; maar gelooft men, dat zij zal worden gepleegd?

Ik heb dit ontwerp voorgesteld in de gedachte, dat het aanvulling ware eener leemte in de provinciale wet; de weigering van de Provinciale Staten van Overijsel was niet meer dan aanleiding. Ware ik bij de voordracht der provinciale wet op dit punt indachtig geweest, ik zou het in die wet hebben ingelascht; dit kon met een paar woorden zijn geschied, en ik meen te mogen gelooven dat het geen bezwaar bij de Kamer zou hebben ontmoet. Om dit vermoeden, dat het geen bezwaar zou hebben ontmoet, te rechtvaardigen, beroep ik mij op een voorschrift van de provinciale wet zelve. Het beginsel is bij die wet aangenomen; ik verzoek der Vergadering zich het zoo even aangehaalde artikel te herinneren, dat de uitgaven noemt, die op de provinciale begrooting moeten gebracht worden, op straffe dat het bij verzuim door den Koning geschiede. Daaronder komen voor de kosten van verpleging van behoeftige krankzinnigen. Wat is daarmede bedoeld? Meent de wet dat

*) Vergel. den tekst, Dl II, 1851—1852, blz. 352.

Sluiten