Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dadelijk zoodanig te maken, dat wij niet kunnen verwachten binnen eenigen tijd de perken van de wet te moeten verplaatsen.

„De grens, zegt de spreker, binnen welke deze wet zal moeten wor' den toegepast, wordt gevonden in de gemeenten, die eene bevolking hebben beneden de GOOO zielen." Ik ben huiverig dit aan te nemen: ik durf niet verzekeren, of de gemeenten, waarop de wet van toepassing zou kunnen zijn, juist zijn beneden zes duizend zielen.

,,De bevolking is de maatstaf van de behoefte; in groote gemeenten is geene behoefte." Ik geef toe, dat de wet, zoo zij werkt, zelden toepassing in eene groote gemeente zal vinden, en alzoo vervalt, dunkt mij, het bezwaar van den spreker.

En wat wil de spreker met de beperking bereiken? daar toch, vooral waar het groote gemeenten geldt en het subsidie dus ook grooter zal moeten zijn, de zaak des te meer in het oog zal vallen door de beraadslaging in de, Provinciale Staten, en door het Gouvernement in deze Vergadering gebracht, oneindig meer opmerkzaamheid zal trekken dan wanneer het eene kleine gemeente betreft, zoodat er dus genoegzaam tegen misbruik kan worden gewaakt. Bijv.: wanneer het Gouvernement de Provinciale Staten van Noordholland zou willen dwingen een subsidie te geven aan Amsterdam en dus de andere helft zou moeten brengen op de Rijksbegrooting, gelooft de spreker, dat in de wet, zooals zij nu is gesteld, waarborgen tegen misbruik ontbreken?

De spreker wil inzonderheid gewaakt zien tegen Staatsarmenzorg; doch ik vraag of daartegen niet genoeg is gewaakt door deze wet, hetzij bij groote, hetzij bij kleine gemeenten, juist omdat tengevolge van de toepassing dezer wet de zaak ter beoordeeling zal komen van deze Kamer, bij welke gelegenheid de spreker zal kunnen waken, dat wij de toepassing dezer wet niet misbruiken om Staatsarmenzorg in te voeren. Aan den Minister, die het subsidie op zijne begrooting brengt, zal men kunnen vragen hoe die post wordt gebruikt, en zonder dat dit gevraagd wordt, zal reeds in den toelichtenden staat, bij die begrooting te voegen, gezegd worden wat het Gouvernement met de som voorheeft. I it dien hoofde schijnen mij de bedenkingen van dien spreker niet noodzakelijk te leiden tot de vervulling van zijn verlangen, het stellen van de door hem begeerde grens. Het Gouvernement, dat met milde hand zou willen helpen om de gemeenten te ontlasten ten koste der schatkist, zal, om dezen wensch te verwezenlijken, zich niet wagen aan de toepassing dezer wet, maar dit trachten te doen bij wege van gewoon subsidie.

Te dien aanzien heeft de spreker eene contróle in het oordeel door hem over de begrooting uit te brengen, maar diezelfde controle is niet meer en niet minder, niet sterker en niet zwakker ten aanzien van de toepassing dezer wet. Tegen dergelijke misbruiken is luj toch niet

Sluiten