Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewaarborgd door het stillen van deze grens, althans niet meer dan hij dit is door de bedoelde controle.

Deze redenen kunnen, meen ik, de ongerustheid wegnemen, welke de spreker ten aanzien van eene verkeerde toepassing der wet koestert.

Eenig artikel. Amendement van den heer van Nierop, de wet alleen op gemeenten van minder dan 6000 zielen toepasselijk te vei klaren.

De geachte spreker, voorsteller van het amendement, is zijne eerste rede begonnen zeggende, dat ik zijne bedenkingen met welwillendheid had bejegend. Het doet aan die welwillendheid niet te kort, wanneer ik mij nu veroorloof te zeggen, dat hij in den ijver om de zaak voor te staan, die hij in den aanvang met gematigdheid voorsprak, allengs te ver is gegaan en verder dan hij wellicht voorhad. Het gevolg is geweest, dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan menige vergissing; en ik schroom te minder dit te zeggen, daar de spreker de man is om eene vergissing even gaarne te willen erkennen, als do waarheid te verdedigen.

Zoo zeide hij, dat er geen voorbeeld was, dat aan eene gemeente van meer dan 6000 zielen een subsidie werd toegestaan. Dit is eene dwaling; er zijn onderscheidene gemeenten boven 6000 zielen die subsidiën erlangd hebben èn in vi'oegeren èn in lateren tijd.

In de tweede plaats is zoodanige vergissing ingeslopen in hetgeen hij zeide, waarin hij reeds door een geacht spreker uit Zeeland (den heer van Eek) met aanhaling van feiten is wederlegd, dat het onparlementair zou wezen, wanneer eene koninklijke beslissing iets gelast, de middelen daartoe te onthouden. Wij hebben slechts het gebeurde met de politie *), bij de behandeling der laatste begrooting, na te gaan. Het Parlement, de Vertegenwoordiging zou haar recht zeer willekeurig, met verzaking der Grondwet, verkorten, wanneer zij geloofde, dat het onparlementair ware de middelen in zoodanig geval te weigeren.

De geachte spreker heeft ook mij eenigszins te kort gedaan, in zooverre hij oordeelde, dat al wat ik gezegd had daarop nederkwam, dat het Gouvernement zich verliet op de controle der Vertegenwoordiging.

Ik heb de redenen van den geachten spreker een voor een beantwoord; ik heb zijne vier redenen wederlegd, en mij dunkt, de geachte vertegenwoordiger kan aan den spreker uit Rotterdam (den heer Gevers Deijnoot) niet euvel duiden, zoo deze soms aan de wederlegging van den Minister meer hecht, dan aan de gronden, door den geachten voorsteller in het midden gebracht.

Ik heb geenszins gezegd, dat alles moet aankomen op de controle der Vertegenwoordiging. Ik heb in de eerste plaats — daargelaten de redenen tegen de beperking binnen 6000 zielen, — dit gezegd, waarin de rede van den geachten spreker uit Rotterdam mij ondersteunt: ,,het

*) Vergel. hiervóór blz. 115.

Sluiten