Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gegeven ten aanzien van de zetels eene andere keuze te doen. Ik voor mij zou niet hebben durven adviseeren Utrecht te nemen. Het Gouvernement zou wellicht teil aanzien van het aantal der bisschoppelijke zetels een advies hebben gegeven, afwijkende van hetgeen nu is inge steld; maar bovenal zou het Gouvernement, onderricht van de wijze, waarop de Paus wenschte publiciteit te geven aan die invoering, zeer ernstig hebben verklaard, dat men niet dezen vorm moest kiezen, en daardoor onrust en krenking van gevoelens van andersdenkenden te weeg brengen. Dit zou met warmte zijn verklaard, en wellicht zou het Gouvernement gehoor hebben gevonden. Men mag wel niet over het hoofd zien, dat de allocutie niet is een stuk gericht aan ons Land, maar dit zou het Gouvernement niet hebben belet te waarschuwen, en op een eenvoudiger vorm aan te dringen, die den prikkel van onverdraagzaamheid niet wekte, noch aanstoot gaf aan hen, die recht hebben eene andere overtuiging te belijden. Maar gesteld, het Roomsche Hof liadde, ondanks dergelijk vertoog, gemeend bij zijne meening te moeten blijven; het hadde verklaard: „Wij hebben de zaak overwogen, wij blijven bij ons plan, wij kunnen van dien vorm niet afgaan," wat zou dan het Gouvernement hebben kunnen doen? Het zou hier hebben kunnen zeggen, dat het die opmerkingen onderworpen had aan het Roomsche Hof, maar het Roomsche Hof zou hebben kunnen doen wat het nu heeft gedaan. Ik geloof, zoo te handelen als vanwege dat Hof geschiedde, was niet in het belang van de rustige invoering eener nieuwigheid. Daarin heeft men, geloof ik, den toestand hier te lande miskend, maar het recht om hier kerkelijke voorschriften af te kondigen, had men zonder twijfel. Zoo men nu dit verwijt kan richten aan liet Hof van Rome: gij hebt den toestand hier te lande niet gekend; gij waart verzocht voorafgaande mededeeling te doen; gij liadt die mededeeling kunnen doen in uw eigen belang en evenzeer in het belang van orde en vrede in dit Land, en evenwel hebt gij die mededeeling niet gedaan; — zoo men, zeg ik, dit aan Rome kan verwijten, welk verwijt blijft er over te richten aan het Gouvernement? Dit aan te toonen, hierin is men in gebreke gebleven.

De heer Groen van Prinsterer repliceert. Waarom was er niet een nieuw concordaat gesloten?

Mijnheer de Voorzitter, dat het gevoel van velen onder ons gekrenkt is, dat velen zich beleedigd hebben gevoeld, zich terecht beleedigd hebben kunnen gevoelen, zal ik geenszins ontkennen; maar dit ontken ik, dat de Regeering het heeft kunnen voorkomen. De Regeering heeft gedaan wat zij kon om zoo iets te verhoeden, en zij is niet geslaagd. Nu zegt een geacht spreker (en dit is het eerste woord, dat ik, na da menigvuldige verwijten in de vorige zitting en in deze, van hem ver-

Sluiten