Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit onderscheid bestaat in allen geval, dat de Minister niet zooveel vrijheid heeft om te verschikken als menig ander, vooral niet na eene lange zitting. Op hem rust eene bepaalde taak, die moet worden afgedaan, en die hij uitgesteld heeft juist tengevolge van die lange zitting. Hij zal die moeten laten liggen, hij zal zijne rede moeten nazien of zij zal worden afgedrukt, gelijk zij is opgeteekend. Ik vraag, zoo dit gebeurt, is er dan gelijkheid van recht? Ik laat nu ddar het verschil, dat er kan wezen tusschen de dagelijksche taak van den Minister en de taak van ieder ander; is er niet een groot verschil met betrekking tot het aandeel aan de discussiën, waarin hij herhaalde malen het woord heeft gevoerd tot beantwoording van verscheidene sprekers? Wat de Minister gezegd heeft, is niet zeldzaam tien maal zooveel als hetgeen de redenaar, die het langst het woord heeft gevoerd, sprak, en om dat veel meerdere na te zien, is hem de gratie van één uur méér toegestaan.

Er is nog eene bedenking, die, geloof ik, door de Kamer zal worden gewaardeerd. Er is veel aan gelegen, dat hetgeen in liet Bijblad gedrukt is, nauwkeurig zij, zoodat men er op aan kan ten aanzien van iedere rede, maar vooral ten aanzien van de rede van den Minister. En bij een ontwerp van wet kan het op een woord aankomen. Men trekt later, na jaren, nog partij van hetgeen op dat oogenblik gezegd is en officieel is medegedeeld; maar de Minister heeft niet kunnen na zien! Nu zou, volgens den geachten spreker uit de hoofdstad, den heer Provó Kluit, een middel dat elders gebezigd wordt, kunnen gevonden worden in het laten overdrukten en verbeteren der redevoeringen. Doch ik vraag, wat kan dit baten? De officieele mededeeling is er, en behalve het onaangename van zoodanigen strijd tusschen do eerste redevoering en die welke later gedrukt wordt, voor hét oogenblik en vóór die verbetering is de indruk gegeven.

Ik zou daarom wenschen, dat de Kamer kon besluiten liever het bestaand regime van vrijheid te handhaven, dan een dergelijk stelsel van dwang in te voeren, dat mij voorkomt ten nadeele van een juiste en goede mededeeling te zullen strekken.

Sluiten