Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tusschen het Nederlandsche Gouvernement en den pauselijken internuntius te 's Hage, had dan geene kracht. Men heeft ze tot dusverre beschouwd als gezamenlijk uitmakende eene overeenkomst. Die nota's zullen dat karakter verliezen, en de conventie, die men van beide zijden overtuigd was te hebben opgericht, zal niet bestaan, zoo de leer geldt, dat men eene overeenkomst niet evenzeer zou kunnen sluiten bij gewisselde nota's als bij een tractaat in den plechtigen vorm.

Wat is geschied door het vorige Gouvernement? Het heeft met Rome onderhandeld op grond eener vrijheid, welke door deze wet zou worden beperkt. Gewis zou Rome, indien deze wet eenigszins ware te voorzien geweest, zich aan het concordaat hebben gehouden. Deze wet moet dus aan het Hof van Rome als strijdig met de eerlijkheid en goede trouw voorkomen.

Nu zegt de heer van der Brugghen: het vorig Gouvernement heeft de wet van Germinal niet in acht genomen. Ik antwoorde tweeerlei. Vooreerst, dat geene ontdekking mij en anderen zóózeer heeft verrast als die eener verbindende kracht der wet van Germinal. Niemand heeft er aan gedacht, zelfs niet de Minister van Buitenlandsche Zaken. Die Minister toch had, geloof ik, in de vorige Tweede Kamer niet zoo kunnen spreken als hij gesproken heeft, zoo bij hem slechts eenige twijfel ten aanzien der geldigheid van die wet had bestaan. Ik herinner zijne woorden, als lid dier Kamer uitgesproken: „Daaromtrent wenschte ik zoo mogelijk eenige inlichtingen van de Regeering te ontvangen. Niet Mijne Heeren, wat de organisatie van dien eeredienst op zich zelf betreft; dat is, geloof ik, eene zaak, die ons als wetgevers geheel vreemd is." Zij kan ons als wetgevers niet vreemd zijn, indien de wet van Germinal nog bestaat. Met bijzondere bevreemding heb ik de kracht dier wet op den voorgrond zien schuiven door den geacliten spreker uit Nijmegen. Heeft die wet verbindende kracht, dan is al hetgeen ten aanzien der Protestantsche kerken sedert 1815 en 1816 is gedaan, nietig, en zouden al onze Gouvernementen sedert dien tijd ter verantwoording moeten geroepen worden, dat zij die wet hebben overtreden. Bij de algemeene beschouwingen heb ik de eer gehad op te geven, waarom, naar ik meen, deze wet krachteloos is, en de gevolgen eener tegenovergestelde meening zijn zeer duidelijk blootgelegd door den geachten afgevaardigde uit Roermond (den heer Strens). Ik heb dan ook in deze Vergadering in den regel zoo niet allen, dan toch de meesten hooren verklaren, dat er twijfel bestaat omtrent de geldigheid der wet van Germinal, maar eene stellige overtuiging, dat zij geldt, werd door niemand of door slechts zeer weinigen aan den dag gelegd. En nu vraag ik, welke houding kan het tegenover Rome hebben, na al hetgeen geschied is, na de overeenkomst, gesloten op grond der vrijheid, welke de Paus krachtens onze Staatsregeling heeft om het kerkgenootschap te regelen, welke houding kan het hebben, om Rome tegen te werpen: „er bestaat eene wet, waar-

Sluiten