Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

telijke nota aan den Koning: Alleszins. Het summum jus brengt het mede. Of de toepassing onder alle omstandigheden geraden zou zijn, is eene geheel andere vraag. En waarop berustte dat advies? Hierop: dat bij de teekening de ratificatie wordt voorbehouden. De voorwaarde wordt gesteld, dat het traktaat eerst dan, wanneer het geratificeerd zal zijn, kracht zal hebben.

De heer Groen meende, dat het vorig gouvernement door zijn uitlegging van de Grondwet aan de kerkgenootschappen veel te veel vrijheid wilde toegekend zien: een recht van onbeperkte zelfregeling, autonomie. Doch toen het op regeling van de autonomie der gemeente aankwam, was die onder de leuze van toezicht uitermate beperkt. Waarom was dan die ruime uitlegging, vau hetgeen onder toezicht begrepen worden moest, ten aanzien vau de kerkgenootschappen prijs te geven ? Werden dan daarmede de rechten van den soevereinen staat niet prijs gegeven?

Mijnheer de Voorzitter, de geachte spreker uit de residentie (de heer Groen) heeft tegen mijne verwachting dit artikel tot motto gekozen eener uitvoerige kritiek van de handelwijze van het vorige Ministerie. De geachte spreker is op dien weg gestuit door den Voorzitter en ik mag hem op dien weg niet volgen.

Het zal mij evenwel vergund zijn zonder grove verbreking van de orde te zeggen, dat, zoo ik den geachten spreker wel heb begrepen, het verschil tusschen hem en het vorige Ministerie ten aanzien van het onderwerp, dat ons bezig houdt, nederkomt op het min of meer ruime begrip dat behoort te worden gegeven aan de kerkgenootschappelijke vrijheid. De geachte spreker heeft gemeend, dat die vrijheid door het vorig Gouvernement te ruim is genomen. Ik wil voor een oogenblik onderstellen, dat, zoo hier sprake ware geweest niet van het Roomsch-katholiek maar van een Protestantsch kerkgenootschap, zijne meening, zijne verklaring dezelfde zou zijn; maar dan zee ik, dat er een geheel verschil van inzicht bestaat tusschen het vorig Ministerie en den geachten spreker. Ik merk ook op, dat de geachte spreker wel heeft gezegd: men had zooveel vrijheid niet moeten geven; maar de grenzen, aan die vrijheid te stellen, niet heeft aangewezen. Zijne meening kan onmogelijk zijn, dat men, in het geval waarin het vorig Ministerie verkeerde, tot regel van beperking zou aannemen, de vrees die hij ten aanzien van een zeker kerkgenootschap, het Roomsch-katholieke, koestert. Zoolang de grenzen niet zijn aangewezen, die aan die vrijheid behooren te worden gesteld, zoolang is de twist zonder uitkomst. Wanneer de geachte spreker er bijvoegt: men heeft het recht van den souverein prijs gegeven, dan is dit herhaling derzelfde beschuldiging, die zich oplost in een verschil van begrip. Het vorig Gouvernement oordeelde, dat het toezicht, bij de Grondwet voorgeschreven, betrekking heeft op de overtreding der wetten; waartoe zij het in art. 169 uitdrukkelijk bepaalt.

Sluiten