Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keeren, eene nationale richting mag worden genoemd. Ik wil thans niet met dien spreker over het karakter van hetgeen nationaal en niet nationaal is twisten, maar ik meen hem zeiven toch wel, die uitsluitend in de nationale richting gelooft te zijn, voorzichtigheid te mogen aanbevelen, zoo hetgeen in Nederland nationaal is voor zóó plotselinge wending bloot staat. In allen geval geloof ik, dat men wat nationaal of antinationaal zij niet wel zal kunnen opmaken uit de gebeurtenissen van eenige maanden, maar dat men daartoe een langer tijdsverloop zal moeten nemen. Indien echter het voorstel als het werk van eene richting, die opgehouden heeft nationaal te wezen moet worden beoordeeld, welnu, het zal bij het onderzoek uitkomen, en de zaak van de nationale richting van den spreker zal erbij winnen. De nationale richting van den spreker zal winnen wanneer duidelijker onderscheiden wordt wat nationaal en wat niet nationaal is, en het onderzoek zal hem daartoe de gelegenheid geven; het zal aantoonen hoe antinationaal de richting is, waaruit het voorstel komt. Ten einde dus die nationale richting, welke de spreker zich voorstelt, voor het vervolg te louteren en te versterken, moet de gelegenheid, die een nader onderzoek daartoe zal geven hem welkom zijn.

,,Ik ben," zegt de spreker," naar deze Kamer gezonden, om eene tegenovergestelde politiek te ondersteunen." Hij zal die roeping zoo mij voorkomt, het best vervullen, wanneer hij deze bedenking bij het onderzoek van het voorstel zelf ontwikkelt.

De geachte spreker heeft er bijgevoegd: men moet aan de tegenpartij geene gelegenheid geven om een voordeel te behalen; een denkbeeld, door den spreker uit de residentie evenzeer op den voorgrond geplaatst en met onderscheiden tinten gekleurd. Men moet geene populariteit gunnen aan het ontwerp der voorstellers; men moet geen voet geven — dit zijn de eigen woorden van dien spreker — aan dergelijke politieke demonstratie. De geachte spreker uit de residentie had iets vroeger in zijne rede gezegd, dat hij het zou betreuren indien wij ons allengs gewenden aan hetgeen hij genoemd heeft de tegenwoordige Fransche mode. Mij dunkt, hij en ook de spreker uit Nijmegen is juist op weg, om wellicht ongemerkt, wellicht zonder het te weten, in die mode te vervallen, want zoo de stelling: wij moeten geen voordeel gunnen aan onze politieke tegenstanders; wij moeten alle politieke demonstratien van eene andere dan van onze zijde onderdrukken, knakken heeft hij gezegd, terstond, dadelijk, bij den aanvang, — moet leiden tot het besluit dat beide sprekers daaruit hebben getrokken, en waarop die uit Nijmegen is blijven staan: geene overweging van het voorstel: wat volgt daaruit? Dat door die sprekers en deze Kamer niet begeerd wordt harmonie bij verscheidenheid van toon, maar unisono, één toon, ééne stem, met uitsluiting van alle andere; niets, geen denkbeeld zelfs in overweging nemen dan hetgeen aan hunne mode, aan hunne richting volkomen ge-

20*

Sluiten