Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Of de zege behaald is en of het eene zege blijven zal van het beginsel, zóó opgevat, in den zin van den geaehten spreker, wij zullen zien.

Twee punten nog. De geachte spreker — en dit is ook in de discussie van verleden Zaterdag gebleken — is niet zoo volkomen gerust ten aanzien \an de krachteloosheid, het onvermogen van die „gevallen" partij, waarop eene zoo merkwaardige, zoo algemeene overwinning is behaald. Hij zegt: een gevallen bewind blijft toch eene bestaande politieke partij die streeft naar herwinning. „Een gevallen bewind." Ik wenschte, Mijne Heeren, dat de geachte spieker niet in deze samenvoeging van een gevallen bewind, gelijk hij het heeft gelieven te noemen, gewaagde. Een gevallen bewind blijft eene bestaande politieke partij. Een Ministerie, dat naar zijne overtuiging den Koning niet langer kon dienen, is daarom nog niet eene politieke partij. De kracht eener politieke partij ligt in haar beginsel, en het is een krachtig levensbeginsel dat wij beschermen, en waarvoor wij met evenveel gematigdheid als volharding zonder drift, en zonder zwakheid, onvermoeid zullen blijven strijden.^ /oo zijne tegenpartij is zonder krachtig beginsel, wat vreest de spreker En hij kan, schijnt het, voor ons beginsel niet bevreesd zijn daar zegt hij: „het vorige Ministerie, „ „uit den aard zijner beginselen" " onvermogend is geweest, tot stand te brengen, hetgeen tot stand gebracht moest worden. ' Ik wensch dus hier eene oplossing, die wellicht over onze kracht of over onze zwakheid een nieuw licht verspreidt.

Ten andere, en hiermede, Mijnheer de Voorzitter, besluit ik, de spreke^ opgevende, wat hij van dit Ministerie verlangde, heeft, om de richg te kunnen beoordeelen van dit Bewind, niet volkomen genoegen omen e zij met het rapport aan den Koning, door het tegenwoordige Ministerie in Aprü uitgebracht, hetzij met die zoogenaamde kerkeJke wet, die toch wel eens „eene eenvoudige politiewet" op de kerkgenoo schappen zou kunnen zijn en blijven. Hij heeft méér verlangd en wel daarom te meer, omdat dit Gouvernement niet als oppositie aan de Regeer,ng was gekomen. Het vorig Bewind was uit de oppositie ont-

*P oten jn dien zin, dat de oppositie Bewind was geworden en dus als zoodanig moest ,k heb de roepil]g ^ ^

nooit zoo begrepen; ik heb de roeping van dat Bewind nooit begrepen als eene roeping van oppositie tegen het Bewind, dat vooraf was gesaan

danige r^r6 n°Ch UU ^ dad6n Van het VOriS Bewind is «o-

«e aan hefr °°'\gebleken- Het is mening, dat eene opposi¬

tie aan het Bewind komende, niet hare kracht moet zoeken in eene tegenstelling tegen hetgeen door een vorig Bewind kan zijn verricht noch m verwijt of beschuldiging, tegen dat Bewind gericht, maar in ijverige

schuld en™" T d00r een VOrig Bewind' met 0f ZOnder ziJ'lle

de voort7etr Z13n.nagelaten" De °PP°sitie Regeering geworden, moet tzetting zijn van het goede van een vorig Bestuur. Dit was ons

thorbecke, Parlementaire redevoeringen 1852 1853.

21

Sluiten