Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooals men thans gewoon is te dragen. De kosten worden door de andere versierselen veroorzaakt. Men rekent dat een compleet stel van de ersiei selen van ridder-grootkruis bedraagt f 167; maar lietgeen gemeenlijk wordt uitgereikt bedraagt eene som van f 36 a / 37. De kosten van hetgeen bij eene benoeming tot kommandeur wordt uitgereikt, bedragen f 15 a ƒ 16; een kompleet stel daarentegen f 124 a f 125. Wanneer men nu aanneemt, dat aan de benoemden tot grootkruis en kommandeur niet anders is verstrekt dan hetgeen gewoonlijk aangeboden wordt, zal men, lettende op het aantal van de benoemden, vinden dat de som geenszins groot kan worden genoemd; dan zal men er zich zelfs eer over verwonderen dat de uitgegeven som niet hooger is geweest.

26 November. Hoofdstuk IV der Staatsbegrooting (Justitie).

Algemeene beraadslaging over de Vde afdeeling (kosten vaa algemeene of Rijks-politie).

De heer Ter Bruggen Hugenholtz had geklaagd, dat sommige ambtenaren hunne ondergeschikten hadden gedwongen, bij de verkiezingen in een zekeren geest werkzaam te zijn. Het antwoord van den minister \ an Justitie kwam volstrekt onvoldoende voor. De minister meende alleen verantwoordelijk te zijn voor hetgeen de regeering zelve had gedaan, niet voor het gedrag van anderen. Hij maakte daarbij een onderscheid tusschen den ambtenaar en den burger, twee hoedanigheden die, naar hij zeide, in hetzelfde individu vereenigd waren. Alleen indien er klachten werden geuit, dat de ambtenaar zijne bevoegdheid was te buiten gegaan, mocht de regeering ingrijpen.

Mijnheer de Voorzitter, ik had verwacht, dat de Minister van Justitie aan den spreker uit Dokkum (den heer Ter Bruggen Hugenholtz) een ander antwoord, dan hetgeen wij hoorden, zou hebben gegeven. Ik had verwacht, dat de spreker uit Dokkum het verzoek, om die feiten te preciseeren van den Minister zou hebben vernomen. Het antwoord, dat de Minster heeft gegeven, kan ik niet voor aannemelijk houden. De Minister heeft gezegd: „Er zijn in den ambtenaar twee personen, ambtenaar en burger; en wat de ambtenaar doet als burger, dat is buiten de Regeering, dat is buiten de verantwoordelijkheid van den ambtenaar en de Regeering is er niet voor aansprakelijk."

Dit antwoord houd ik voor niet aannemelijk. Wanneer de burger gebruik maakt van den invloed, welken hij als ambtenaar heeft, dan zal dit zeer licht een misbruik zijn van den ambtenaarsinvloed. Het is, in de oogen van het algemeen, dezelfde persoon. Of nu de ambtenaar zegge: „ik spreek tot u als burger, niet als ambtenaar": de uitkomst zal, zoo het iemand is van gezag, dezelfde wezen.

Ik geloof dus, dat dergelijke onderscheiding kan worden gemaakt in gedachte, in woorden en op het papier, maar dat tegen het misbruik,

Sluiten