Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat op die wijze zou kunnen worden gepleegd, ook door de Regeering behoort te worden gewaakt. En dat is, in zooverre van mij afhing, onder het vorig Gouvernement geschied. En daarop alleen kan, dunkt mij, doelen hetgeen de laatste geachte spreker heeft in het midden gebracht.

Wat is gebeurd? Zoo burgemeesters in kiezersvereenigingen waren getreden en dit, door bericht of klacht, tot de Regeering was gekomen, heeft zij gezegd: ik wensch, dat dit niet gebeure. Al gaat de burgemeester niet als burgemeester in diq vereenigingen, men zal den burgemeester van den burger niet onderscheiden. En zoo de burgemeester zich aldaar, gelijk natuurlijk is, laat gelden, dan zal het voor velen den schijn hebben, dat die invloed van regeeringswege wordt uitgeoefend. Zoodanigen invloed wenscht de Regeering niet. De Regeering wil zich te eenen male onzijdig houden. Hetgeen zij zelve niet doet, noch middellijk noch onmiddellijk, wil zij ook niet door hare ambtenaren zien gpbeuren. Ziedaar het stelsel en de taal der vorige Regeering. Zij wilde niet alleen geen invloed te weeg brengen, maar zoodanig misbruik van invloed tegengaan, dat willens of onwillens uit dergelijke inmenging van ambtenaren in zuiver burgerlijk-politieke vereenigingen ontstond.

De heer Bieruma Oosting wist mede te deelen, dat de vorige regeering alleen die burgemeesters had bemoeilijkt, die tegen haar gekant waren.

Mijnheer de Voorzitter, men ziet uit de woorden van den laatsten spreker, hoe licht vooroordeel en onvolkomen kennis misleidt. Hetgeen ik gezegd heb en hetgeen, zooals de geachte spreker heeft verklaard, hem persoonlijk gebeurd is, was een algemeene maatregel. Waar ter oore kwam van de Regeering, in mijn Departement, dat een burgemeester of een ander ambtenaar zich in eene kiezersvereeniging mengde, vooral zoo hij dit als bestuurder, voorzitter of secretaris deed, daar is hem dergelijke waarschuwing geworden. De Regeering liet die geven zonder onderscheid, zonder aanzien van persoon, zonder aanzien van politieke geloofsbelijdenis. De geachte spreker is er zelf het beste bewijs van. Hij is tot burgemeester voorgedragen en benoemd onder de vorige Regeering. Ik geloofde dat hij in den geest van dat Gouvernement gestemd was en handelde. Ik twijfelde niet dat de geachte spreker, lid zijnde van eene kiezersvereeniging, lid van veel invloed, de inrichting van dat Gouvernement zou voorstaan. En evenwel, de waarschuwing is aan den geachten spreker gericht. Zoo hij nu zegt: in andere gevallen is die waarschuwing niet ontvangen: wèl, dan is de reden eenvoudig, dat zij niet ter kennis van de Regeering zijn gekomen. De Regeering heeft niet altijd geweten waar burgemeesters zich in kiesvereenigingen staken. Maar ik verklaar, dat daér waar het aan de Re-

Sluiten