Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij heeft laten volgen: „in de meeste Staten zijn de intellectueele en moree'e volksbelangen aan één ministerie opgedragen." Bestaat de versnippering daarin, dat dit hier niet plaats vindt? Is de spreker van meening, dat zoo Onderwijs met de Departementen van Eeredienst in één Departement verbonden, en daarbij de bevordering van kunsten en wetenschappen gevoegd ware, men dan meer zou te wachten hebben, dan thans? Ik weet niet, of de geachte spreker dergelijke vereeniging raadzaam zou keuren; fk voor mij twijfel zeer, of ze verkieslijk ware. Het is niet te ontkennen, dat de samenvoeging van het onderwijs, van de kunsten en wetenschappen, met zoo menigvuldige takken, als aan het Departement van Binnenlandsche Zaken zijn toevertrouwd, voor één man, voor één Departement, eene zware taak vormt, en wellicht is het wenschelijk, van het Departement van Binnenlandsche Zaken vroeger of later eenige deelen te scheiden.

Of men evenwel met eenige zekerheid zou kunnen aannemen, dat bij dergelijke afscheiding, indien ze vroeger had plaats gehad, meer zou zijn geschied tot bevordering van kunsten en wetenschappen dan thans ik geloof het niet.

„De levendige overtuiging ontbreekt bij de Begeering, in de bureaucratie, dat kennis is vooruitgang." Dit. is eene zware grief, een hard verwijt, of in de onderstelling, dat de spreker — en ik veronderstel dit gaarne - geen verwijt heeft willen doen, eene treffende opmerking. De schuld lag, volgens den spreker, wellicht niet aan de Ministers, maar de Ministers zijn door de bureaucratie verlamd. Dat woord wordt dikwerf gebruikt. Het komt mij voor. dat men de beletselen, die ook een zelfstandig Minister geacht wordt in de bureaucratie te vinden licht overdrijft. Het is niet wat men noemt de bureaucratie — en men verstaat daaronder, meen ik, den slenter en invloed van ondergeschikte ambtenaren — het is niet de invloed van de bureaucratie, die den zelfstandigen,voortvarenden Minister belemmert, maar da dagelijksche beslommering en afwisseling, welke de gezette, aanhoudende overdenking van een groot onderwerp breekt. Eene Begeering moet over jaren verde n hetgeen de belanghebbende, de ijverige man voor zijn vak zoo gaarne op eenmaal, op één dag zag tot stand brengen.

De spreker wenscht, dat de Begeering aan de Academie van Wetenschappen ook andere wetenschappen, dan die nu haar kring uitmaken, toevoege. Thans zegt hij, „is het verband tusschen de Begeering en die andere wetenschappen vernietigd, en onze wetenschappelijke reputatie buiten 's lands benadeeld." Nu onderwerp ik aan den spreker, aan de Vergadering, twee opmerkingen. De Minister heeft gezegd.' dat hij het verlangen van den spreker overwegen zal. Wanneer de Minister tot het besluit komt, dat de begeerde toevoeging nuttig en noodig is. ik voor mij geloof, dat de uitkomsten den Minister zullen bedriegen. De spreker raadt het den Minister aan, op grond dat in dit oogen-

22*

Sluiten