Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kamer en de natie wel met volle oprechtheid hadden gehandeld. De indruk, dien men nu van het gebeurde had gekregen, was geheel verschillend van hetgeen men, op grond der mededeelingen der vorige ministers, mocht aannemen, dat geschied was. Hadden de vorige ministers niet aanleiding gegeven, een onjuisten indruk te vestigen ? Hadden zij niet meer geweten, dan de kamer uit hunne herhaalde verzekeringen had kunnen afleiden ? Spr. drong op een nader onderzoek aan.

Ik zou. Mijnheer de Voorzitter, zonder de rede van den laatsten spreker niet meer liet woord hebben gevoerd. Nu zal ik. zoo ik eene verkeerde uitdrukking heb gebruikt in mijne eerste rede, die verbeteren. Ik waagde van een bijzonder gesprek, hetgeen ik zeer toevallig heb gehad met een geacht lid van deze Vergadering, die mij, toen ik mijne bevreemding te kennen gaf over het nalaten der mededeeling, geantwoord heeft: „wellicht heeft men die niet gedaan 0111 niet een advies uit te lokken, hetgeen Rome misschien niet kon volgen." Ik meen op dit punt dit gezegd te hebben, en deze uitdrukking te hebben gebezigd. Heb ik eene andere uitdrukking gebezigd, dan verzoek in, dat deze in°de plaats worde gesteld.

De strekking van de rede van den vorigen spreker (den heer Groen van Prinsterer) was in de eerste plaats om het gewicht van deze zaak en van dit onderzoek voor de eer van het Vaderland te doen uitkomen Voor de eer van het Vaderland; in hoe verre? In zoo verre als de naam en goede trouw van vaderlandsche staatslieden hierin zijn betrokken geloof ik, Mijne Heeren, dat de eer van het Vaderland er mede gemoeid is. dat men vooral niet in het Nederlandsch parlement zonder grond eene blaam trachte te werpen op mannen, die zeer stellig en zeer eenvoudig verklaard hebben wat hun wedervaren is; eene verklaring waartegen men niets anders dan indirekte berichten van vreemdelingen kan bij Jiengen. Ik zal dien spreker doen opmerken, — niet de Kamer- de Kamer heeft het sinds lang opgemerkt - dat er eene duidelijke tegenspraak is tusschen hetgeen men van de pauselijke diplomatie kon verwachten en hetgeen is geschied, dat oprechtheid - onoprechtheid ik weet het, is soms een middel in de diplomatie - maar hetgeen in dit geval niet anders dan eene slechte uitkomst kon hebben, - zou hebben se-

verkieaa,'ddatFind,leH n'en T" I,lededeelinS wilde men het hadde

veiklaaid. En had men dat verklaard van de zijde van den pauselij-

ken internuntius, ik geloof de zaak zou er niet bij hebben verloren

L)e rede van den vorigen spreker strekte in de tweede plaats, om den indruk van hetgeen dezen ochtend van beide zijden is medegedeeld en gesproken, onbeslist te laten, dien indruk aan te houden, zóó evenwel dat men liet ongunstig oordeel, hetgeen wellicht over de Nederlandsché Staatslieden van het vorig Ministerie zal moeten worden geveld voor al niet verzwakke. ë ' X001'

Sluiten