Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erkende zaak was, bekend en erkend in de stukken zelve tu«schen het Gouvernement en de Staten-Generaal gewisseld.

In de derde vraag heeft de spreker, dunkt mij. inzonderheid zijne beoe ing > oot gelegd. „Welken naam moet men geven aan een dergelijk gedrag'. ' Een gedrag, dat hij op dat oogenblik zich onthoudt rechtwil lnL °i 'eSrhUldlgen' niaar waarboven hij de bedreiging van schuld

vraag MunTn" °f ZW®VCn' tot den tijd van een na(,er onderzoek. Ik vraag. Mijne Heeren, of het niet oprecht zal zijn, of het niet meer zal

iarc7e°S M,r,de openhartigheid, die de spreker zelf van Neder-

indruk kPnh m ^ Kamer' V°rdert' Z°° hij Zijne ^ven, ziJU

uk kenbaar maakte en daardoor aan ons en anderen gelegenheid

doen°gelden?0 ^ ^ ^ wemmen le

Ten laatste, Mijnheer de Voorzitter, herinner ik dit: in het stelsel van het vorig Gouvernement kwam erkenning - ik heb den Minister het

lijk WsschoT111® ^ bisschop,,en" hooren bezigen; nu heeten eindenoemd ' 5t "■ , begrootin» no* kerkvoogden worden ge¬

beden de invop ™™™"ne omstandig-

de mvoeri"S der bisschoppelijke hierarchie eenigen invloed od de Staatsbegrooting uitoefenen. invioed op

z«n klactt over het

, , . . Penhart|gheid van het vorig gouvernement. Na de allocutie had het vorig bewind zelf ingezien, welk een onheil voor het vaderland het door hem gevolgd stelsel van staatsrecht had teweeggebracht Toen had du b,„„, ,clracht, d0 schuld VOO, he, gebeurde „p £, ander te werpen.

, !e"hte '**""* "" de residentie (de l,eer Groen van PrinMeier)

eer een,» blaam op het vorig Gouvernement te willen werpen dan v el blaanizou zZren' T Staatsliede» van aile

nement weinig openhartigheid Ie"ftlL'L'n'Tlag^l^d Tva

nisntefbVzeijnedéerste "'7, ^

van de verantwoordelijkheid onttrok. M eenig gedeelte

De geachte spreker uit de residentie meent reden te w i de weinige „Pe„hf„,,eheM vm „„ voriS[e

thorbecke, Parlementaire redevoeringen, 1852—1853. 03

Sluiten