Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werk gegaan. De Regeering kan achterblijven naar ons oordeel, naar liet oordeel van de Vertegenwoordiging, zonder dat daarom een verwijt tot de Regeering worde gericht. Wanneer de Vertegenwoordiging acht dat de tijd om spoediger te handelen, dan de Regeering meent, gekomen is, üan kan dit enkel verschil van inzicht wezen. Hierin aanstonds eene beschuldiging te zien, dat is, geloof ik, de eigenliefde, de geraaktheid wat verre drijven.

De Minister heeft de vraag daarbij gevoegd, „zoo er achtergebleven is, moet dit achterblijven niet geweten worden aan hen, die onlangs nog het beleid in handen hadden." De Minister van Finantiën, die dan toch in het beleid van zijn departement niet zoo geheel nieuw is, zal, denk ik. niet zoo overladen zijn geweest met werkzaamheden van den dag, dat hij niet een blik heeft kunnen slaan, een blik van herinnering op hetgeen in vorige jaren is gebeurd, eene herinnering voor hem des te gemakkelijker, daar hij in diezelfde jaren lid was van deze Kamer. Welnu, roept hij zijne herinnering te hulp. dan zal hij zich zeiven moeten zeggen, dat een voorstel als dit niet kon gedaan worden verleden jaar. en dat voor twee jaren eene beraadslaging over eene veel algemeener herziening van ons belastingstelsel aanhangig was.

Ik laat nu, Mijnheer de Voorzitter, den Minister van Finantiën voor liet oogenblik los. Zoo ik mij niet bedrieg, zal ik hem in den loop van

ontmoeten' ^ ^ na",e "°g meer dan eens

I- De voorstellers hebben in het Voorloopig Verslag gelezen: ,,Vele leden hebben de aanmerking niet kunnen terughouden, dat het voorstel, zooals het is gedaan, liet vermoeden wettigt, dat de voorstellers zich hij dezen hunnen stap vooral, zoo niet uitsluitend, door staatkundige beweegredenen hebben laten leiden; zoodat men hier minder aan eene poging tot bevordering van het algemeen welzijn, dan aan eene politieke demonstratie te denken hebbe. Onder de onderteekenaren van het voorstel treft n.en toch twee der laatst afgetreden Ministers aan, en van dezen is er een, die door zijne medewerking daartoe in tegenspraak schijnt te komen met de overtuiging, door hem, tijdens zijn bewind, zoo dikwijls en met zooveel nadruk ontwikkeld. De brief, waarbij het voorstel werd ingezonden, is, tegen de in dergelijke gevallen gevolgde gewoonte aan, slechts door een der voorstellers onderteekend. en wel door hem, die gewoonlijk als het hoofd van het vorig Ministerie werd aangemerkt. Al de overige voorstellers hebben zich als voorstanders der beginselen van het laatst afgetreden Bewind doen kennen." Wat daar gezegd is, hadden wij reeds vernomen van enkele sprekers bij de preliminaire beraadslaging, bij de beraadslaging over de vraag of het voorstel in overweging zou worden genomen, en beantwoord. Toen diezelfde voorstelling wederkeerde in bet verslag, hebben wij schriftelijk geantwoord en — ik geloof het is erkend — met waardigheid. Nu wordt

Sluiten