Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heette. In die iiossessio van het domein hadden zich, met vertreding van de oude, van de Licinisehe wet, met uitsluiting van hen, die van wege bewezen krijgsdienst daarop aanspraak hadden, de oligarchische, regeerende familien ingedrongen, en wat deden nu de Gracchi? Zij vernieuwden die oude Licinische wet; zij kwamen tegen een oud onrecht en misbruik, tegen een vuig eigenbelang der aristocratie op. Ik geloof, de geachte spreker uit Nijmegen heeft eenig krediet voor Niebuhr, en de spreker uit de residentie, denk ik, eveneens. Ik hen geen vriend van citaten; ik zal evenwel eene enkele bladzijde van Niebuhr voorlezen, dewijl zij niet enkel den weêrstand, dien de wetten van Gracchus hebben ondervonden, karakteriseert. Wat zegt Niebuhr?

„Tiberius Gracchus waande, dat de aanzienlijksten in de Republiek nimmer alle schaamte zoozeer zouden afschudden, om, gelijk de laagstelt, slechts hunne hebzucht in het oog te houden, en recht, billijkheid en het algemeene welzijn te verachten. — Maar niemand kan ontkennen. dat de verbastering, waarbij de overgeërfde inrichting niet kon voortduren, geen plaats zou hebben gehad, dat Rome niet in eenige duizend rijken en eene tallooze menigte van ellendelingen zou zijn verdeeld, wanneer de lei• agraria van Licinius ware betracht."

Volgens andere sprekers, Mijnheer de Voorzitter, is het voorstel niet aannemelijk, „omdat het tot beginsel heeft, dat er meer moet geschieden, dan het inzicht der Regeering medebrengt. Men zou, het voorstel aannemende, verklaren, dat de Regeering het vertrouwen van de Kamer mist." Uit is de uitdrukking van den geachten spreker uit de hoofdstad, aan wiens linkerzijde ik gemeenlijk de eer heb te zitten (den heer Bosscha).

Een ander spreker, afgevaardigde uit Tiel (de heer de Kempenaer) heeft ons gezegd: „de Ministers hebben al wat zij konden bijeengegaard 111 de voorgestelde afschaffing van de invoerrechten op de granen en verklaard, dat zij niet meer kunnen doen. Zij zouden derhalve moeten aftieden, zoo het voorstel tot wet wierd verheven."

„Het is onmogelijk" — dit hebben wij gisteren van den spreker uit de residentie (den heer Groen) gehoord, „dat het Ministerie het voorstel overneme; de val van het Ministerie moet aan de voorgestelde afschaffing voorafgaan."

Een punt in die vertoogen is volkomen juist. De Regeering heeft stellig verklaard, dat, volgens haar begrip, de tijd tot vermindering van lasten nog niet is gekomen. Had de Regeering dit niet verklaard, had zij integendeel het initiatief genomen, ons voorstel zou niet zijn geschied.

Maar nu de gevolgtrekking? Omdat de Regeering geen voorstel tot vermindering van lasten heeft gedaan, noch in de tegenwoordige omstandigheden meent te kunnen doen, mag uit dien lioofdd de Kamer het ook niet doen, zoo zij het Ministerie niet wii omverwerpen?

Is dit, Mijne Heeren, de beteekenis van art. 110 der Grondwet?

Sluiten