Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de paragraaf van onze Memorie van Beantwoording gezegd wordt van inquisitie. W ij weren daar inquisitie af.

Sommige sprekers hebben zich van inquisitie verschoond, van inquisitie namelijk van geheime gedachten, van persoonlijke inquisitie. Daarop alleen werd door ons gedoeld, vermits in het Voorloopig Verslag van de bedoelingen der voorstellers sprake was geweest. De spreker uit Nijmegen (de heer van der Brugghen) en de afgevaardigde uit Arnhem (de heer Mackay) willen de bedoelingen voorbijgaan, zij willen zich geene inquisitie in hetgeen geheim is en geheim moet blijven veroorloven Mij dunkt zeer te recht. Maar de laatstgenoemde afgevaardigde ïeeft ei bijgevoegd: „Wij zijn. onze partij is zeer dikwijls het voorwerp van inquisitie geweest.- Ik geloof, de herinnering van den geachten afgevaardigde is niet juist. Ik herinner mij niet, dat naar zijne persoonlijke bedoelingen ooit is gevraagd. Maar waarnaar is gevraagd' Waarnaar is onderzoek gedaan? Naar de logische gevolgen van het stelsel of van de stellingen, welke de geachte spreker en de zijnen hier voordroegen.

Andere redenaars zijn op dergelijke inquisitie rechtstreeks uitgegaan zooals de spreker uit de residentie (de heer Groen van Prinsterer) Dié spreker heeft ons gisteren gezegd: „wel, wij zullen uwe personen onderzoeken ook zonder uw verlof." Mijnheer de Voorzitter, ik weet geen preventief middel, om, wanneer iemand zich iets, dat mij onbetamelijk voorkomt, hier veroorlooft, dat te beletten. Maar is zoodanige inquisile ehoorlijk.' Ik zal slechts op een gevolg wijzpn, op de wederkeerigeid. Hoe, wanneer wij daartoe komen, hier in het Parlement, van 6 6 Zljde" niet te str'Jden niet redenen, maar met vermoedens ten aanzien van de persoonlijke bedoelingen van hen die het woord voeren'

"let Ult dat onvermijdelijke gevolg, dat de weg van dergelijke discussie van den beginne af moet gesloten blijven'

Dezelfde spreker uit de residentie heeft, niet enkel ten aanzien van de voorstellers ,» „et .lge,„ee„,,„„r „„ mai„ „„ éé„ "J™ *

zien van den vorigen Minister van Binnenlandsche Zaken beweerd- het is te doen om het verlorene, om populariteit, te herwinnen." Mijnheer de Voorzitter ik kan dergelijke woorden hooren met de uiterste gelaten-

niet 'aN akUr Van mijn geheel Publiek leven bewijst, dat ik

niet alleen naar volksgunst zoo min als naar vorstengunst ooit heb ge-

, maar dat ik steeds, om waarheid en recht staande te houden im-

ZS?' heb g"- Ik' V00r ka" dergelijke woorden Z Jgaan. Ik kan mij vergenoegen te zeggen: eene onjuiste eene onrechtvaardige beschuldiging stelt alleen hem ten toon, die ze i'n het midden brengt. Maar ik vraag, of zulke betichting met de voorwaarde die k i f eme. aire dlscuss»e overeenkomstig is? Niet ieder zal met

sèvalw rrrden' Waarniede ik altiJd gaarne antwoord en in dit ge\al vooral antwoorden kan.

Sluiten