Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,Het voorstel," ziedaar de voorname grief, ziedaar de hoofdbeschuldiging, „komt van de partij, die in 1844 het voorstel der grondwetsherziening heeft gedaan; die dat voorstel, in 1848, ten uitvoer heeft gelegd; die vier jaren in dien geest het bewind heeft gevoerd; die nu het verlorene tracht te herwinnen. Men weet dus, — de spreker uit de residentie, de spreker uit Nijmegen (de heer van der Brugghen), andere redenaars hebben het gezegd — men weet dus, welke politiek, door middel van dat voorstel, weder aan het bewind moet komen."

,,Y\ elke politiek door middel van dat voorstel weder aan het bewind moet komen." Mij dunkt, Mijnheer de Voorzitter, geen wisser middel om dat te beletten, dan dat eene Kamer, die met het Ministerie tevreden is, dat voorstel tot het hare make. Daardoor toch zal de weêrschijn, die van personen der eerste ontwerpers wellicht op het stuk valt, uitgewischt en door eene getrouwe kleur vervangen worden.

Ik vraag hun, welke door die bedenking, omdat het door ons gedaan wordt, het voorstel afweren: loopt gij, in uw eigen stelsel, niet groot gevaar, door verwerping van het voorstel de oppositie, waarvan het nu den naam draagt, een naam dien gij, het voorstel tot het uwe makende, daaraan zoudt ontnemen, te doen rijzen?

Zoo het ons daarom te doen was, Mijnheer de Voorzitter, wij konden en moesten de afschaffing van de belasting op het gemaal hebben voorgesteld. Maar wij hebben een zeer gematigd voorstel willen doen, waartegen geenerlei ernstig bezwaar bestond, en dat door de meest ministerieele Kamer kon worden omhelsd.

Indien gij ons voorstel uls middel van oppositie gelieft te beschouwen en het daarom verwerpelijk keurt, wat zult gij hun antwoorden, die uwe overtuiging, niet uit besef van hetgeen waar en goed en noodzakehjk is, maar enkel uit onwil verklaren? Uit onwil om een voorstel aan te nemen, dat niet van de Regeering komt? Die u verwijten, dat gij aan de zucht om eene politieke demonstratie tegen het vorig Gouvernement te doen, uw beter inzicht van het algemeen belang opoffert?

Mijnheer de Voorzitter, ik vraag, welke is de taak eener oppositie tegenover de Regeering? Welke die eener Regeering tegenover de oppositie? ^

Moet de Regeering hetgeen van de oppositie komt, afwijzen, omdat net van de oppositie komt?

Zoo ja, dan moet de oppositie tot geen enkelen maatregel, die van de Regeering komt, immer medewerken. Dan is partijschap het hoofdbeginsel aller regeering. Dat wij dit niet willen, hebben wij getoond.

- ijne Heeren, laten wij aan eene zoo ellendige, liet gezond verstand der Natie beleedigende twistzucht niet toegeven. De richtingen, de stelsels kunnen tegen elkander overstaan; maar dit mag noch de'Regeering, noch de oppositie beletten, elkanders voorstellen, die op zich zelf aannemelijk zijn, aan te nenietn en goed te keuren. thobbecke, Parlementaire redevoeringen, 1852—1853. 04

Sluiten