Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooveel mogelijk niet meerdere zekerheid te kennen, dan het Voorloopig Verslag kan opleveren."

"Dit vermeldt toch het besprokene in de Afdeelingen, zonder dat het blijkt, of alle of vele leden daarin tegenwoordig zijn geweest, terwijl het in deze paragraaf ontwikkelde gevoelen daarenboven, blijkens zijnen aanhef, niet algemeen, maar nagenoeg algemeen is geweest."

„Daarom acht de Regeering eene discussie of ten minste een besluit der Kamer wenschelijk. Mocht alsdan art. 1 van het ontwerp, waarin het stelsel al dadelijk op den voorgrond treedt, den bijval der meerderheid niet erlangen, dan zal de Regeering. met 's Konings machtiging, het ontwerp intrekken en trachten een ander te vervaardigen, meer overeenkomstig datgene, wat zij alsdan meenen zal voor het gevoelen der Kamer te mogen houden."

Het vorig Ministerie was dus blijkbaar op weg om de geheele zaak door de wet te regelen.

Ik herinner nu, Mijnheer de Voorzitter, en ik herinner dat met betrekking tot de opmerking die ik aanstonds zal maken, dat de vorige Minister, de heer van Spengler, vooreerst bij zijn ontwerp den tijd van oorlog had vervat onder de regels van zijn. voorstel, en in de tweede plaats, dat hij, gelijk ik zooeven de eer had voor te lezen uit den aanhef van de Memorie van Toelichting van 1851, meende dat onder andere „de omstandigheden" in welke huisvesting en andere verstrekkingen verschuldigd waren, moesten worden beschreven door de reglementen. En zie hier het groote verschil van opvatting bij het tegenwoordig Ministerie, vergeleken met het inzicht van het vorig Gouvernement.

Het vorig Ministerie achtte, dat de Grondwet volledige regeling door de wet belemmerde. Deze reden is, bij de laatste Memorie van Beantwoording, bij die van het tegenwoordige Ministerie, ik wil niet zeggen uitdrukkelijk verlaten, maar er wordt eene andere reden bijgevoegd, en die andere reden strookt geheel niet met den zin van het vorige Ministerie, noch met dien van den vorigen Minister van Oorlog in het bijzonder. Die andere reden blijkt op de eerste bladzijde. Daar wordt gezegd: „dat in het stelsel der Regeering in zooverre eene wijziging heeft plaats gehad, dat de taak der wetgevende macht niet daarom behoort beperkt te worden tot de punten in het wets-ontwerp geregeld, omdat in het 2de lid van art. 187 der Grondwet alleen sprake is van reglementen." Dat was vroeger de eenige reden. Men hield zich gebonden door eene bepaling van de Grondwet, die het vorig Ministerie onredelijk achtte; maar thans is ook de reden dat, „de vraag wanneer en in welke gevallen de voldoening aan die verplichting (namelijk tot liet doen der verstrekkingen in art. 187 der Grondwet opgenoemd) kan worden gevorderd, geheel is van feitelijken aard, en afhangt van behoeften, die geheel onverwacht kunnen opkomen, en de oplossing daarvan in' elk bijzonder geval dus aan het uitvoerend gezag moet worden overgelaten.

Sluiten