Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niemand toch kan de verschillende omstandigheden voorzien, waarin eenige a eeling van op weg zijnde troepen behoefte kan hebben aan inkwartiering of aan middelen van transport"

t,e lne^ning 1111 voorgestaan, is deze: regeling is in het geheel met aannemelijk, noch door reglementen, noch door de wet Ik wensch te doen opmerken, Mijnheer de Voorzitter, dat deze beschou-

Z dTverlVOr,g HiniSterie te eenen niale Vreemd was: dat' totegendPn \? verkla™g, die men vindt in de Memorie van Toelichting van

regelenTe stellen1 ™ ^ Wê1 V°°r hield

]iik ' k voor ""-1 zal 00k nimmer inzien dat het onmoge-

welkp Ü,1 'ï .'.ege te s^llen ten aanzien der voorwaarden, onder

Ird D eTr 'i V°°rbeeld' hui8Vestin« voedsel kan worden gevor-

sche-tst met Justltle ,leeft onder andere dezen ochtend ge-

OoZ' T, 7 TWkeUrigheid Van de Zijde ™ bestuur van

hoort o'nÏ T ; ^ " aüe PlaatSen' Waar het ^volk zich behoort op te houden, bepaald worden. Waarom zou het, in tijd van vre-

de, onmogelijk zijn, diezelfde regelen van rechtvaardigheid van bil-

men in' ff'"' ^ °°r,0g hel°°fde te zu"*u doen in acht ne-

nUW" i « T 111 ee" reglement voor te schrijven? Met vorig Miniet vatter ' 'U 'llet g6dacht en Ik kan die onmogelijkheid ook nu nog

De minister van justitie hield vol, dat het „iet mogelijk was bii

lefeTant,r niet ^ F™"™ ? OI"SchrÜven> waarin inkwartieringen o U » geV0[derd k~, worden. Dat waren uitzonringen, die niet onder regelen waren te brengen.

jz Trzzz' r»:r ■ r »*—

verschil van * vestigen op het, zoo mij voorkomt, groote

ting der burtrèr* 1 * >Il,llKter van Justitie beschouwt de verplich-

wet of hü o , Minister zou wel willen dat men bij de

wo^ï^jr^I^,,e ,,ie verpuchting niet -

nister van i» ??•' ?' '' h,J Z,et er geen ka"s toe. De Mi-

ander 21 T die geVaUen "de uitzonderingen". Maar het

» r 22 * ~ ««"'«*■» ik be„ a., sMsel toegedaM _

"™""' * -

troepen te liuisvp tp * r ee" ander ,lliddel oni de

mij^^nz^ens g^e^ld^oest worden'^CM3r^deVwet01en daT'k" '18*geen' de inzichten van den laatste, Minister van OorLhefk ^

vorens de inzichten van den tegenwoordig^^ bij zijne Memorie van Antwoord van de» 7den April d!

beeld, zullen de partikulieren met inkwartiering worden bezw^rT tiioebecke, Parlementaire redevoeringen, 1852—1853. og

Sluiten