Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanneer het gemeente-bestuur in staat is aan de marcheerende of kantonneerende troepen genoegzame huisvesting te bezorgen; zoolang er gelegenheid is, in herbergen of dergelijke opene huizen, of bij anderen de troepen vrijwillig te doen ontvangen? Naar het stelsel, dat het Ministerie thans verdedigt, zal, hoezeer zoodanige gelegenheid besta, de last evenwel aan partikulieren kunnen worden opgelegd. Indien partikulieren genegen en bij machte zijn, om de manschap elders te besteden, zal de soldaat niettemin bij hen, in hunne huizen, kunnen worden gelegerd. Zij wijzen een betamelijk kwartier op hunne kosten aan; zij zullen evenwel kunnen worden gedwongen dien last in de eigen woning te dragen. Waarom zou hierin niet kunnen, waarom niet behooren te worden voorzien door de wet?

Hetgeen ik verlang daar omschreven te zien, noen» ik niet met den Minister van Justitie gevallen van uitzondering, maar de voorwaarden, onder welke alleen hetzij inkwartiering kan worden opgelegd, hetzij de andere vorderingen kunnen geschieden, volgens het voorschrift van art. 187 der Grondwet ten dienste der krijgsmacht te doen.

Voor het overige moet ik erkennen, Mijnheer de Voorzitter, dat wanneer ik het ontwerp van wet met de Memorie van Beantwoording vergelijk, het ontwerp mij toeschijnt gebleven te zijn binnen de grenzen, die het had kunnen bereiken of overschrijden, zoo de ontwerper gebruik bad gemaakt van de uitlegging, die bij de memorie aan de Grondwet wordt gegeven. Ik lees op bladz. 2 van die memorie: ,.De Grondwet neemt voor beginsel aan: partikulieren of gemeenten zijn verplicht 0111 te voorzien in de huisvesting en verdere behoeften van het leger; dat is met andere woorden: de militaire macht heeft het recht deze voorwerpen te eischen van partikulieren of van gemeenten." Eene dergelijke machtiging door de Grondwet zelve aan liet militair gezag verstrekt om die voorwerpen te eischen, heb ik nooit in de Grondwet kunnen vinden. Het verschil tusschen het tegenwoordige en de vorige opvatting van art. 187 valt ook hier scherp in het oog. Bij het vorig ontwerp heeft men dat artikel beschouwd als vestigende een beginsel, maar waarvan de werking moest worden geregeld, hetzij door reglementen, hetzij door de wet.

13 Maart. Artikel 1. „De inkwartiering en het onderhoud van het krijgsvolk, de transporten en leverantiën, van welken aard ook, voor 's Konings legers of vestingen, van inwoners of gemeenten in tijd van vrede gevorderd, geschieden op de opeisching, hetzij van Onze commissarissen in de provinciën, hetzij van de burgemeesters der gemeenten, enz."

Amendement van den heer Wintgens, aan het artikel een tweede lid toe te voegen: „Bij de' reglementen, bepalende op welken voet schadeloosstelling wordt verleend wegens de inkwartieringen en het onderhoud van het krijgsvolk en de transporten en leverantiën boven vermeld, worden tevens aangewezen welke personen daarvan zullen zijn vrijgesteld,

Sluiten