Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Memorie van Beantwoording, die bij het tegenwoordig ontwerp behoort: UidstlP ~ dat is op het tijdstip van 28 October 1853, dus nu vier a vijf maanden geleden - dacht men aan geene suppletore aanvrage. Op dezelfde bladzijde zegt de Minister: „De noodzakelijkheid om de kaders der infanterie uit te breiden moge in November en December 11. in den geest der straks ingeroepene Memorie van Beantwoording wenschelijk zijn geweest, blijkbaar was zij niet, vermits de toestand der openbare staatkundige aangelegenheden toen nog niet zoo dringend was als thans."

Op bladzijde 2 vinden wij: „dat men daarvan - van het eindcijfer namelijk, dat tot dusver voldoende scheen — nu afwijkt, strekt juist ten bewijze, dat de algemeens toestand van zaken der Regeering van d.en aard voorkomt, dat men eindelijk in het algemeen belang van het beginsel moet afgaan, ten einde, wat het krijgswezen betreft, tot eenen beteren grondslag te geraken."

Ër is dus verband tusschen de voordracht en den oorlog in het Oosten. De strekking is wel niet om tegen een dreigend oorlogsgevaar te waken. Het Gouvernement zegt ons in de Memorie van Beantwoording- dat het voorgestelde met behoort tot de buitengewone maatregelen^ wélke door een dreigend oorlogsgevaar zouden worden gewettigd, dit is met

vanTh rT"' VemiitS men dan een voorstel z°ude moeten doen van geheel anderen aard, en in staat gesteld zou behooren te worden

tot het roepen onder de wapenen van al de lichtingen der militie liet mobiliseeren der schutterijen, het in staat van vLediging breien er vestingen en sterke plaatsen van het Rijk en wat daartoe al meer ehoort, waartoe men hartelijk wenscht dat het niet kome. Doch inmiddels is de verantwoordelijkheid der Regeering niet gedekt en is zij overtuigd van de noodzakelijkheid om, in afwachting der gebeurtenissen, eene verbetering der strijdkrachten tot stand te brengen. Van maatregelen tegen dadelijk oorlogsgevaar is men nog verre af Er is ook lu^ch» den voet v,„ vrede e„ zoodanige „,a,tnegeL„ le„ groote afstand Men kan den voet van vrede verlaten; men kan eene lede, men kan er twee of meer doen en nog niet in de maatregelen vervallen di,e een dreigende oorlog eischt. Wanneer men aldus den voet van vrede verlaat, brengt men dien slechts nader aan den voet van oorlog zonder d.en nog op verre na te bereiken. Dit is in meerdere o mindere mate een gewapende vrede, en ik geloof, Mijnheer de Voorz'tter, dat een gewapende vrede soms meer is te ontzien dan dadelijke oorlogsinspanning. De laatste is eene heftige onsteking waar van eene natie zich veelal, ook na de nederlaag, weder vÏiÏÏft De rste een gewapende vrede, wordt maar al te licht eene slepende uitputtende kwaal. De aanvang reeds eener wapening, hoe geril ook is een bedenkelijke stap. Eens gewapend, blijft men gewapend* men erkt mede om de algemeene spanning te vermeerderen, en liet niid-

Sluiten