Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet vergis, dergelijke kritiek werd gelezen, als waarop die spreker

meent hier te moeten antwoorden.

Ik mag mijn advies daartegenover stellen. Het komt mij voor dat wij de dagbladen in hunne vrijheid behooren te eerbiedigen, maar hier geen oorlog behooren te voeren tegen hunne gevoelens, evenmin als wij, leden van de kamer, in de dagbladen oorlog behooren te voeren, tegen

gevoelens hier geuit.

In de tweede plaats heeft de spreker zijne woorden gericht tegen hetgeen in een vorige Memorie van Toelichting gezegd was over een ontwerp van een vorig Gouvernement. Ik zal daarop aanstonds terugkomen, nadat ik vooraf de reeks punten, welke de spreker stelde, zal

hebben doorloopen.

Vooraf deze tweede algemeene aanmerking, dat de geachte spreker zich ook nu weder, althans in dit opzicht, getrouw is gebleven, dat hij dit art. 10 slechts genomen heeft tot motto van een vertoog, dat voor het grootst gedeelte buiten dit art. 10 en buiten de'ze geheele afdeeling viel.

De spreker uit de residentie heeft zich en de zijnen verschoond tegen de beschuldiging dat zij van dit Gouvernement minder vorderen, dan zii vorderden van het vorige.

Ik ben het niet geweest die gezegd heeft dat in dit ontwerp de beginselen zijn opgenomen, welke die waren van een vroeger ontwerp. Reeds mijne eerste rede getuigt, dunkt mij, zeer duidelijk tegen eene dergelijke opvatting. Hetgeen, zegt de geachte spreker, een karakteristiek verschil uitmaakt tusschen het vorige en dit ontwerp, het waren in de eerste plaats „de regels gesteld voor het inwendig beheer. Beheer, niet de wijze van armverzorging, deze was vrijgelaten. En waartoe dienden die regels? Om het goed te verzekeren da.t tot verzorging der armen bestemd was. Dat nu met het stellen dier regels niets anders bedoeld, niets anders bereikt werd dan een goed beheer, dan een beheer in het belang der instellingen zelve, ik geloof de spreker zal dit moeten erkennen Hij zal moeten toestemmen, dat afwijking van die regels zou zijn een slecht beheer, en slecht beheer, waaraan hij evenmin als eenig gouvernement die inrichtingen kam willen bloot stellen.

De spreker is bij deze gelegenheid teruggekomen op eene bedenking, die hij bij de discu6siën over de gemeentewet meer dan eens heeft in het midden gebracht. Hij wil, op het staatsgebied, kringen van vrijheid buiten de regels van het algemeen belang, buiten de wet, buiten alle wettelijke controle geplaatst. Eene stelling, Mijnheer de Voorzitter, waarmede ik mij nooit heb kunnen vereenigen, en die mij schijnt hieruit voort te komen., dat de geachte spreker de betrekking van de deelen tot het geheel anders beschouwt dan ik doe. De deelen van een geheel kunnen zeer wel, mijns inziens, vrij en zelfstandig zijn, zonder dat dit belet, dat de wetten, die het geheel regeeren, zich ook over de

Sluiten