Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Denkelijk heeft men willen zeggen: en van de leden van het Koninklijk Huis.

Ik heb mij gevraagd: is dit overeenkomstig met de wet? \\ at zegt de wet? De wet zegt in art. 7: „bij de bezorging van berichten worden het eerst overgebracht berichten van de Regeering; daarna bijzondere berichten." Berichten van de Regeering omschreef het reglement van 1852 art. 4 aldus: „Regeeringsberichten zijn vooreerst berichten van den Koning, in de tweede plaats van 's Konings ministers, in de derde plaats van de Nederlandsche en vreemde gezanten." Berichten van den Koning: de Koning is het hoofd der Regeering; berichten van de ministers en van de gezanten, zoover die berichten niet betreffen hunne bijzondere aangelegenheden, maar zaken van regeering: doch berichten van de leden van het Koninklijk huis, ik vraag het, Mijnheer de Voorzitter, zijn dat regeeringsberichten? Hoe hoog de waardigheid van die vorstelijke personen zij, regeeringspersonen zijn zij niet. Op welken grond dus worden hunne berichten vervat onder hetgeen de wet berichten van de Regeering noemt? Dat zij niet als regeei ingsberichten worden behandeld is in het algemeen belang, omdat alle berichten van dien aard berichten van bijzondere belanghebbenden uitsluiten. Elke uitbreiding van voorrang is een privilege, dat de bruikbaarheid van den telegraaf voor het publiek vermindert.

Nu het tweede punt, waarmede hetgeen de adressant aanvoert, rechtstreeks schijnt te zamen te hangen. Het nieuwe reglement art. 1U telt onder Regeeringsberichten in de tweede plaats „berichten van •s Konings Ministers en van 's Konings Commissarissen in dr provinciën" Bij vergelijking met het reglement van 1852 ziet men, dat het laatste den kring zelfs der Regeeringspersonen zoo nauw mogelijk beperkte om den telegraaf in des te ruimer omvang beschikbaar te doen blijven voor het algemeen. Onder Regeeringsberichten verstaat het reglement van 1854 vervolgens, behalve die der gezanten, ,.de berichten welke, in dringende gevallen, tijdelijk door den Minister van Binnenlandsche Zaken als Regeeringsberichten worden aangewezen." Ik kan mij van deze klasse, van den grond dezer aanwijzing geen helder begrip vormen. Maar gesteld, er zij een juiste zin aan te hechten, dan vraag ik: is die bepaling overeen te brengen met de wet? Men doelt blijkbaar op berichten, die niet eigenlijk, niet uit hun aard Regeeringsberichten zijn, maar daarmede door den Minister worden gelijkgesteld. Laat de wet dat toe, wanneer zij alleen aan de berichten van de Regeering voorrang gunt, en wil dat daarop de bijzondere berichten on

middellijk volgen?

Te dien aanzien zou ik vooreerst inlichting wenschen omtrent het karakter van die berichten, welke in dringende gevallen, tijdelijk als Regeeringsberichten worden aangewezen.

Sluiten