Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een commissaris-generaal overgaat, altoos hebben om hetgeen de commissaris na zijn onderzoek voorstelt, ter regeling te onderwerpen aan het Koninklijk gezag hier te lande.

Valt het onderwerp, niet welks regeling de commissaris is belast, binnen de perken van het gezag, waarvan de uitoefening volgens het reglement aan Koninklijke besluiten is voorbehouden, dan moet het ïegelend besluit ook van den Koning onmiddellijk onder contraseign van den Minister voortkomen. Is liet een besluit, dat valt binnen den kling toegekend aan den Gouverneur-Generaal, waarom hem dan liet besluit tot regeling niet overgelaten? Kan in dat geval de Gouverneur-Generaal zich niet het voorstel van den commissaris-generaal niet vereenigen, dan wondt liet wederom de vraag of eene aangelegenheid van zoodanigen omvang, als het liier zonder eenige.n twijfel altijd betreffen zal, binnen zóó korten tijd zou moeten; worden geiregeld dat men die niet aan het opperbestuur hier te lande zou kunnen onderwerpen. Ik geloof, dien tijd zal men doorgaans hebben.

Hoe men de zaak keere of wende, de instelling schijnt, eene inbreuk op de eenheid en klem van het gezag, en zoo zij dit al niet ware. volkomen nutteloos.

Nu kwam ook de heer Baud ter verdediging van het voorstel in de bres.

Ik heb niet bijzondere aandacht geluisterd naar de rede van den geachten spreker, die zooeven eindigde, en die door zijne ondervinding in Indische zaken het best in staat scheen om de redenen va,n dergelijke Instelling, als hier bedoeld wordt, op te geven. Na te hebben gehoord, moet ik, wat mij betreft, het als eene veroordeeling van die instelling beschouwen, dat die redenen op mij niet meer indruk gemaakt hebben en dat zij mij toeschijnen zeer vatbaar voor wederlegging te zijn.

De geachte spreker heeft het eerste en grootste gedeelte zijner rede gewijd aan het betoog van de noodzakelijkheid, dat onderzoek aan een buitengewoon afgevaardigde kon worden opgedragen. Dat zoodanig onderzoek nuttig zijn kan, daaraan twijfelt niemand; het kan gewis nuttig zijn, dat de Koning soms een afgevaardigde naar Indie zende 0111, onafhankelijk van den Gouverneur-Generaal en het overige pei toneel van Indische ambtenaren!, te onderzoeken, en aan het Gouvernement hier te lande te berichten. Maar de vraag is: moet die bevoegdheid tot onderzoek met de bevoegdheid tot regeling worden verbonden? Het is mij, Mijnheer de Voorzitter, en uit de rede van den geachten spreker opnieuw, voorgekomen^ dat men onder de vlag van de noodzakelijkheid van een onderzoek de bevoegdheid tot regeling ter sluik wil invoeren.

Sluiten