Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De geachte spreker zegt: bevoegdheid tot regeling, gegeven aan den commissaris-generaal, kan den Gouverneur-Generaal niet krenken, en zal ook geen. nadeeligen indruk op de bevolking ten aanziien van het gezag maken.

Wat het eerste punt betreft, ik weet het niet. Het schijnt mij toe dat dergelijke terzijdestelling van den Gouverneur-Generaal, of, 0111 het meest bescheiden woord te gebruiken, dat dergelijke plaatsing van een commissaris-generaal nevens den Gouverneur-Generaal zou kunnen worden vergeleken met de benoeming van een commissaris-generaal bij een of ander departement van algemeen bestuur hier te lande voor een bepaalden tak van dat departement, zonder dat de Minister die toevoeging had verlangd.

En nu de indruk op de bevolking! Wij hebben sedert de laatste jaren zoo dikwerf juist, van dien kant, waaraan de geachte afgevaardigde uit Rotterdam zich gemeenlijk houdt, de noodzakelijkheid hooren betoogen der versterking van een meer en meer ondermijnd gezag. Ik vraag: of men dan, zoo al de benoeming van een commissaris-generaal vroeger geen nadeeligen indruk op de bevolking heeft te weeg gebracht, evenzeer vertrouwen kan, dat die ook nu niet zal worden ondervonden? Is er niet op dit oogenblik — zal iemand het ontkennen? — meer beweging der geesten, meer zucht tot kritiek, misschien soms meer overhelling tot wederstand dan in vroegeren tijd? Zal het een en het. ander niet kunnen worden aangemoedigd door dergelijke tweeledige, dubbelzinnige vertegenwoordiging van één Koninklijk gezag?

Ik neem het voorbeeld, dat de spreker uit Rotterdam gebezigd heeft. Er is bezuiniging noodig, en men kan niet verwachten van den Gouverneur-Generaal, van het personeel der ambtenaren op dit oogenblik in Indie werkzaann, dat men geheel onpartijdige berichten zal ontvangen, of dat die regeling zal tot stand komen, die hier wordt verlangd. Het is dus noodig, dat, om het doel, bezuiniging, te bereiken, een commissaris-generaal worde afgezonden 0111 die te regelen. Voor zooveel het nu geldt een onderzoek, of bezuinigingen kunnen worden ingevoerd, in zooverre bestaat geen verschil. Maar of de commissaris-generaal de macht moet hebben om die bezuiniging in te voeren, ziedaar de vraag. De begrooting hangt van de goedkefuring des Konings af. Wanneer de commissaris-generaal zijn rapport heeft gedaan, wanneer ten gevolge daarvan het Koninklijk besluit genomen is, zal dan niet kunne-i worden vertrouwd, dat door de zorg van den Gouverneur-Generaal die Koninklijke regeling tót stand worde' gebracht? Het komt mij voor, dat het betoog van den geachten spreker op dat punt niet sluit.Hij zegt: ,,de Commissaris-Generaal moet kunnen regelen, want anders ware de regeling niet zeker." De commissaris-generaal is dus niet zoo zeer bestemd om te regelen als wel oju over de uitvoering te waken. Men onderstelt namelijk, dat de uitvoering aan den Gouverneur-Generaal, aan het tegen-

Sluiten