Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vernield, dan moet men een ander woord kiezen. Men moet dan behalve „besluiten" ook kiezen het woord „bevelen", zooals ik de vrijheid nam op te merken. Daarom heb ik gezegd, dat voor mij de uitdrukking der vorige redactie geen bezwaar had. waar „afkondiging en uitvoering" met „wetten en bevelen" werd samengevoegd. Men kan niet zeggen, dat hier afkondiging alleen slaat op wetten omdat art. 34 den GouverneurGeneraal onvoorwaardelijk beveelt Koninklijke besluiten af te kondigen. En volgens de tweede alinea van art. 34 is de afkondiging, in geldige™ vomii geschied, de ecnigc voorwaarde der verbindbaarheid. Derhalve zal verduidelijking noodig zijn, zoo men beaamt, dat „besluiten" hier meer omvat dian de besluiten genoemd in ai't. 34.

De minister wijzigde, nadat ook andere sprekers daarop hadden aangedrongen, het slot van het eerste lid in: „besluiten en bevelen."

Artikel 25. Het artikel kende aan den goeverneur-generaal de bevoegdheid toe „in dringende omstandigheden voor geheel Nederlandsch Indie of voor bepaalde gedeelten daarvan, onder nadere bekrachtiging door de wet, bij algemeene verordening, wetten geheel of gedeeltelijk buiten werking te stellen, te wijzigen of te schorsen".

Het is mij voorgekomen, dat de discussie over art. 24 niet zeldzaam is getreden op liet gebied van art. 25. Bijna alle sprekers hebben bij art 24 redenen aangevoerd, welke niiet- art. 24, maar art. 25 raken. De „exorbitante macht," die aangevallen en verdedigd is. ligt in art. 25, niet in art. 24. Ten aanzien van art. 25 nu wensich ik eene vraag te richten aan den Minister van Koloniën, en zoo ik ten gevolge dier vraag zoo gelukkig of zoo ongelukkig mag zijn als bij het vorig artikel, zal ik tevreden wezen. Toen scheen 'het noodig, dat mijne vraag ook door een of twee andere sprekers werd gedaan, om gehoor of toelating te verwerven; waarop zij, onverwachts, zelfs liet gevolg had dat door de Itegeering eene wijziging in het artikel werd gebracht. Ik vraag nu: welk is het onderscheid tusschen „buiten werking stellen" en „schorsen". Die vraag was onnoodig bij de vorige redactie; daar stond eenvoudig in art. 21, no. 2: „onder nadere goedkeuring van de wetgevende macht in Nederland, wetten geheel of gedeeltelijk buiten werking te stellen". Thans vergenoegt men zich niet buiten werking stellen niet meer; men voegt er schorsing nevens. Wij hebben in 1848 dergelijke koppeling van woorden van gelijke beteekenis getracht uit de Grondwet te verwijderen. Is er reden om ze hier weder in te voerein? Of is er verschil van beteekenis?

Ik heb den spreker uit Rotterdam (den heer Baud) in zijne rede, die mijns inziens eene betere plaats bij d;it artikel dan onder de algemeene beschouwingen over het hoofdstuk zou hebben gevonden, hooren zeggen, dat het recht om wetten of Koninklijke besluiten te „wijzigen en te schorsen," noodzakelijk was. De spreker lieeft bij die gelegenheid eene

Sluiten