Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevat wat in onderscheidene paragrafen van art. 21 der vorige redactie was verspreid; dit schijnt mij zoo niet. Art. 25 betreft uitsluitend liet buiten werking stellen van wetten, gelij'k daartoe uitsluitend betrekking had de tweede paragraaf van art. 21 van het eerste ontwerp. \an de schorsing van Koninklijke besluiten wordt thans in een volgend artikel, gelijk in een volgende paragraaf van liet vorige artikel 21 daarvan werd gesproken.

De Minister heeft opnieuw ondersteuning gezocht in de scheepvaartwetten, en ik wensch toch dat de kracht van die ondersteuning niet worde overdreven. Wat wordt daar bepaald? In de bestaande tarieven van rechten van in-, uit- en doorvoer zullen geene veranderingen worden gebracht dan bij de wet. Het oogmerk was dit: men wilde, totdat de wet tot stand kwame, geene verandering toelaten aan het bestuur; men nam geen genoegen met de belofte der Ministers, dat geene veranderingen daarin zouden gebracht worden.; men wilde meerdere waarborgen en daarom werd in de wet zelve de bepaling opgenomen dat veranderingen slechts bij de wet zouden worden gemaakt. Zoo nu bij dat artikel aan den Gouverneur-Generaal de macht tot wijziging werd toegestaan, is dit dezelfde macht die ten aanzien van liet tarief der in-, uit- en doorvoerrechten liier te lande, niet ten aanzien der algemeene regels, maar der bijzondere posten, den Koning door de wet van 1845 was opgedragen. Ik w7enschte dat bij het beroep op de scheepvaartwet die oorsprong en aard der uitzondering wel in het oog wierden gehouden.

Volgens den Minister „zal er niet licht eene koloniale wet zijn, waarin dergelijke bevoegdheid tot wijziging niet zal bèhiooren, te worden toe gestaan." Wij zullen dat zien. Mijne Heeren- Ik zal wenschen, zoo ik dan nog mijne meening over zoodanige wet zal te zeggen hebben, dat de redenen duidelijk worden uiteengezet, waarom, hetzij ten aanzien van de wet in haar geheel, hetzij ten aanzien liarer bijzondere deelen, eene macht tot wijziging aan den Gouverneur-Generaal behoort te worden toegekend. En zoo dat geschiedt, dan zal toch die toekenning, op een bepaalden grond omschreven, iets anders zijn dan hier was toegestaan. Kan de Gouverneur-Generaal de wet wijzigen, hij kan dan zijl wil doen gelden tegen den verklaarden wil van den wetgever. Wij hebben reeds een voorbeeld van koloniale wet in de muntwet; is daarbij die bevoegdheid tot wijziging aan den Gouverneur-Generaal gegeven? Ik herinner het mij niet.

De geachte spreker uit Zevenaar (de heer van Nispen van Sevenaer) heeft bezwaar geopperd tegen het gedeeltelijk buiten werking stellen Ik voor mij geloof, dat de bevoegdheid tot buiten werking stelling moet gegeven worden aan den Gouverneur-Generaal, evenzeer als ik o\ertuigd was, dat het recht, bij art. 24 den Gouverneur-Generaal opgedragen, hem niet .mag worden onthouden. Ik erken, daaruit zal kunnen volgen, dat het verband in de wet verbroken worde; maar tusschen het

Sluiten