Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een gedeelte, voor de Koninklijke hesluiten dezelfde regel behoort te gelden. Nu heeft de Minister gezegd dat hetgeen de heer van Rappard verlangt, zou kunnen geschieden bij de instructie aan den GouverneurGeneraal. Dat heeft niiij bevreemd, Mijnheer de Voorzitter, niet minder dan hetgeen ik eergisteren geilioord bel) van den geachten spreker uit Rotterdam (den beer Baud), die niet bijzonderen ijver dit opstel van reglement pleegt te verdedigen en dus geacht kan worden meer dan vele leden in de beginselen daarvan te zijn doorgedrongen. Er was sprake van eene voordracht van personen, door den Gouverneur-Generaal aan den Koning te doen en wat zeide de geachte spreker? Indien — zoo sprak hij — dat niet geschreven is in het reglement, de Gouverneur-Generaal zal kunnen antwoorden: dat staat niet in de wet; ik ben er dus niet toe gehouden. Ik meende dat van den Gouverneur-Generaal zulk eene voordracht zou worden verkregen door een eenvoudig hevel van den Minister van Koloniën. Thans ontstaat de omgekeerde vraag. Zal eene volmacht legen de wet aan den Gouverneur-Generaal in een Koninklijk besluit of in eenig schrijven kunnen worden geschonken? Art. 26, dat wij behandelen, wil, dat de macht van den Gouverneur-Generaal ten aanzien van Koninklijke besluiten niet verder ga, dat ten aanziien van de wet- En zal nu een Koninklijk besluit mogen zeggen: gij, Gouverneur-Generaal, kunt alle Koninklijke besluiten wijzigen; hetgeen de wet niet heeft gewild, zal dat een Koninklijk besluit kunnen vaststellen? Dat, geloof ik, gaat niet aan. Indien art. 26 niet in de wet stond, indien van het buiten werking stellen van Koninklijke besluiten in de wet niet werd gewaagd. dan ware het eene andere zaak. Maar nu de algemeene macht van den Gouverneur-Generaal wordt beperkt tot buiten werking stelling in dringende omstandigheden, zal nu een Koninklijk besluit eene grootere macht tot regel kunnen verheffen? Daaraan meen ik zeer te mogen twijfelen. Indien zoo iets het geval' kon wezen, dan zou deze wet in onderscheidene van hare bepalingen weinig waarde 'hebben.

Wat het tweede lid van het artilkel betreft, kaïn ik.niet terug op de bedenkingen die daartegen reeds gemaakt zijn door andere leden., maar stel ik eene eenvoudige vraag. Ik twijfel niet of de Minister zal genegen wezen daarop een toestemmend antwoord te geven. Wat. is dit tweede lid anders dan eene overgangsbepaling? ,,Bij de toepassing van dit artikel worden als door den Koning vastgesteld beschouwd de bestaande organósatien der verschillende takken van bestuur en de aangenomen gewichtige beginselen van regeering — hoezeer niet uitdrukkelijk dooiden Koning bekrachtigd." Voor zooveel die organisatien en gewichtige beginselen, thans nog niet op uitdrukkelijke Koninklijke besluiten rusten, worden zij, wat de macht van den Gouverneur-Generaal tot huiten werking stelling betreft, op ééne lijn met Koninklijke besluiten geplaatst. Eene overgangsbepaling, die mij toeschijnt ap deze plaats niet thuis te behooren, maar, zoo zij noodzakelijk ware, aan het einde der

Sluiten