Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dig. Maar de uitvoering moet opgedragen zijn wanneer liet besluit niet tot zijn werkkring behoort.

Ziedaar wat gezegd wordt en dat is strijdig niet de meening, want de meening ia, dat de Gouverneur-Generaal niet uitvoere, in welk geval ook, dan nadat het besluit hem ter uitvoering zij gezonden door den Minister van Koloniën,

In de derde plaats: de Minister is met een lichten pas heengegaan over de bedenking met betrekking tot de tweede alinea van art. 26. De Minister zegt: „bij de tweede alinea van art. 26 zijn die bestaande organisatien en aangenomen gewichtige beginselen van regeering gelijk gesteld met Koninklijke besluiten; zij zijn dus Koninklijke besluiten en de overtreding daarvan valt bijgevolg onder het bere'k van art. 41."

Daar is tweeërlei tegen op te merken.

Vooreerst, die zoogenaalnide assimilatie heeft bij art. 26 alleen plaats niet betrekking tot dat artikel. Daar staat: ,,Bij dc toepassing van dit artikel worden als door den Koning vastgesteld beschouwd; de bestaande organisatien der verschillende takken van bestuur en de aangenomen gewichtige beginselen van regeering, ook die het stelsel der belastingen betreffende, hoezeer niet uitdrukkelijk door den Koning bekrachtigd." Derhalve, die assimilatie strekt zich niet verder uit.

De tweede bedenking is, dunkt mij, nog veel ziwiaarder. Gelooft de Minister, dat straf zal kunnen worden uitgesproken, omdat geene uitvoering gegeven is aan bestaande organisatien en aangenomen beginselen van regeering, niet beschreven 'in een Koninklijk besluit noch in eene wet, en waarvan ons de Minister zelf laatst geene opheldering heeft kunnen geven? Het kon wel eens zijn, dat ten aanzien van iets zoo onbepaalds, waarvoor men soms niet meer dan een*} usantie weet in te roepen, bij den strafrechter zelfs geene instructie te verkrijgen ware. Derhalve, te zeggen, dat de Gouverneur-Generaal te dien aanzien als strafbaar zal worden beschouwd, alsof hij Koninklijke besluiten overtreden had, gaat hoegenaamd niet aan. Jk geloof veeleer, dat hier ten duidelijkste de noodzakelijkheid blijkt, dat die organisatien, die gewichtige beginselen van regeering, zoover de Koning daartoe bij machte is, in Koninklijke besluiten worden vervat. Dan eerst zullen zij onder dit artikel vallen. Zoolang dat niet gebeurt, zal de Gouverneur-Generaal bij overtreding of niet uitvoering dier beginselen en organisatien, schoon die wellicht het meest gewichtige gedeelte van zijn bestuur betreffen, niet strafbaar zijn.

De minister bracht nu nog eene wijziging van redactie aan.

De Minister meent de bedenking, door mij geopperd ten aanzien van no. 2 van lit. b te kunnen verhelpen door eene wijziging, zoo hij het woordje of ook hier prijs gaf en daarvoor en inde plaats stelde. Is dit echter voldoende? Zooals nu de tekst in de lijst van verbeteringen ge-

Sluiten