Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen woord zeggen over de rede van den Minister, maar mij tot de drie punten bepalen, die ik mij voorgesteld had aan te stippen.

Daaronder reken ik vooreerst het betoog van die leden, die bovenal eene politiek, een systeem van uitstel aankleven. Wij zagen inzonderheid dat door de geachte afgevaardigden uit Zevenaar (den lieer van Nispen) en Alkmaar (den heer Roclhussen) voorstaan. Is deze wel de meest geschikte gelegenheid, is er niet eene geschiktere te vinden? Zou men hetgeen hier verlangd wordt, niet kunnen beslissen bij de discussie over het batig slot? Ik geloof dat aan hem, die het wagen wilde bij de discussie over het batig slot zulk een voorstel te doen, zou geantwoord worden: deze is niet de gelegenheid, die vraag hadt gij bij het ïegeeringsreglement moeten doen. In dit reglement, kan, zegt men, dei gelijke aanwijzing niet worden opgenomen. Waarom niet.' De geachte .spreker uit Zevenaar zegt: in dit reglement is ook de staat, zijn ook de rechten van andere ambtenaren, bij voorbeeld van de rechterlijke macht, niet op een vasten voet gebracht; moet het bij uitzondering ten opzichte der militaire officieren geschieden? Ik antwoord, dat ik dat geenszins goedkeur en dat het voorstellen en ondersteunen van een amendement op dit artikel het voorstellen en ondersteunen van andere gelijksoortige amendementen niet uitsluit. Zoo schijnt mij inderdaad voor de zelfstandigheid der rechterlijke macht, in dit reglement slecht gezorgd. Ik wensch op dat en andere punten verbetering, en zoo is dit amendement geheel in overeenstemming met hetgeen ik bij volgende artikelen zal verlangen.

Volgens den geacliten spreker uit Alkmaar (den heer Rodnussen) is er eene stilzwijgende schikking tot stand gekomen. Bij eene vroegere redactie was aan den Koning de regeling van vele onderwerpen uitdrukkelijk voorbehouden. Nu men daarvan heeft afgezien, nu men in de plaats van Koninklijke besluiten gesteld heeft algemene verordeningen, heeft men voor den wetgever evenzeer den weg opengelaten als voor den Koning. Die schikking, klaagt de spreker, wordt door het amendement verbroken. Hetgeen hij prijst, heb ik in de sectie zelf vooigestaan. Ken ulye/ncen systeem van attributie hetzij aan den Koning, hetzij aan den Rijks-wetgever, scheen mij in het reglement niet aannemelijk. Maar geheel iets anders is het, wanneer het sommige bepaalde onderwerpen, geldt, waar de behoefte bewijsbaar en bewezen is, te verklaren, dat de Gouverneur-Generaal zal handelen volgens regels, die de wet zal stellen. Er is geen reden 0111 aan de onbepaalde uitdrukking de voorkeur te geven, zoodra het in een bijzonder geval blijkt, dat de wet het onderwerp reeds nu kan beheerschen.

Een tweede punt, Mijnheer de Voorzitter, betreft een door gelijken schrik voor regeling door de wet ingegeven uitleg der Grondwet. Wij hebben een uitleg der Grondwet vernomen, volgens welken zekere onderwerpen door de we' moeten worden geregeld, „en niet meer." De

Sluiten