Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Grondwet, welke misdrijven in en. buiten de bediening gepleegd, onderscheidde. Wij hebben dit in 1848 veranderd. Evenwel, de geesten zijn hier en daar nog aan de oude orde van zaken blijven hangen. Wij hebben in 1848 voor misdrijf in de waarneming der bediening gepleegd, ambtsmisdrijf gesteld. Nu is het begrip van ambtsmisdrijf nauwer dan dat van misdrijf in de waairnemring der bedieningen gepleegd. Bij voorbeeld de Gouverneur-Generaal zit in den Raad van Indie voor, en maakt zich, terwijl hij voorzit, aan een misdrijf jegens een der leden van het college schuldig: zoodanig misdrijf zal wel in de waarneming zijner bediening gepleegd, maar daarom nog geen ambtsmisdrijf zijn-

Ik stel daarom voor, den aanhef van het artikel bijv. aldus te lezen: „In geval van vervolging, hetzij naar aanleiding van art. 159 der Grondwet, hetzij ter zake van andere misdrijven of overtredingen legt de Gouverneur-Generaal," enz.

De Minister kan alsnu kiezenr, de redactie, door den afgevaardigde uit Amsterdam voorgesteld, zal eveneens heter, dan zooals het artikel thans luidt, te kennen geven hetgeen men bedoelt of moet bedoelen.

Nu verlangde de heer de Kempenaer nog het enkelvoud te bezigen: „hetzij ter zake van ander misdrijf of overtreding". Na gehouden stemming kreeg de heer Th. ten derden male het woord.

Mijnheer de Voorzitter, zeer tegen mijn wensch ben ik wel verplicht geweest het woord te vragen tot uitlegging van de redactie, die ik heb voorgesteld, en zij die daar tegen waren, schijnen mij weinig belang in de redactie van dit artikel te stellen. De spreker uit Tiel (de heer de Kempenaer), heeft gemeend dat ..misdrijf of overtreding" hier in het enkelvoud moest blijven staan: hij heeft niet gezien, waarom liet meervoud is gekozen. Er is geene redeni, dan omdat, men niet wel schijnt te kunnen zeggen, bij de koppeling van twee woorden, wier geslachten verschillen. „ter zake vain ander misdrijf of overtreding.'

Artikel 4G. In geval van oorlog of opstand, neemt de gouverneurgeneraal de maatregelen, die hij in het belang van het Rijk en van Nederlandsch Indie noodzakelijk acht, ook de zoodanige waartoe anders 's Konings machtiging vereischt wordt. Het tweede lid schreef voor :

„Bepaaldelijk heeft hij alsdan de macht om Nederlandsch Indie geheel of gedeeltelijk, iu staat van oorlog of beleg te verklaren, wetten en bepalingen van dit reglement te schorsen en autoriteiten op te heffen."

Ik geloof dat eene buitengewone macht, als hier wordt voorgesteld, in geval van oorlog of opstand, kan en moet worden gegeven; evenwel, dunkt mij, alleen onder voorwaarde dat die buitengewone maatregelen

Sluiten