Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen. Het recht van uitzetting heeft sedert lang bestaan; wij hebben onderscheiden voorbeelden van uitzetting- Nu vraag ik, wat leert de geschiedenis der uitoefening van dat recht? \\ aren de mannen, waarop dat recht is toegepast, inderdaad zoo gevaarlijk dat, indien het te hunnen aanzien niet ware uitgeoefend, de orde zou hebben geleden? Dit kunnen wij, nu die gevallen bekend zijn. meer of min. ik geloof met tamelijke juistheid, beoordeelen. Kan daarop een antwoord worden gegeven, 't welk de noodzakelijkheid van de uitoefening van dat recht doet blijken? Ware de orde van Indie inderdaad in gevaar gebracht zoo men in die gevallen, waarin men van dat recht gebruik heeft gemaakt, het niet had bezeten?

27 Juli. Artikel 51. „In de gevallen bedoeld in de artt. 48, 49 en 50 (uitzetting) wordt, tenzij gewigtige redenen zich daartegen verzetten, door den Gouverneur-Generaal niet beslist dan nadat de betrokken persoon in zijne verdediging is gehoord."

Tegen dit artikel heb ik, toen het in de sectien onderzocht werd, bezwaar geopperd ter zake van de uitzondering, vervat in de woorden.

tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten . Ik heb gevraagd: welke gewichtige redenen kunnen zich daartegen verzetten, dat de betrokken persoon worde gehoord? Ik heb gewacht of de Memorie van Beantwoording zoodanige redenen zou bijbrengen. Ik heb ze niet gevonden. Maar aangenomen, men had redenen kunnen geven, gewichtige redenen zelfs, ik geloof dat geene reden zoo gewichtig kunnen zijn, dat zij het eerste recht van verdediging, hetwelk hier op het spel staat, mogen verkorten. Dat eerste recht is, dat men worde gehoord. Ik vvensch tot volkomen zekerheid te verheffen, dat verhoor moet plaats vinden, plaats vinden in alle gevallen. Ik zou dus wenschen, dat de woorden: ,,tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten," vervielen. Ik wensch daartegen bij bet artikel een paar andere woorden te voegen.

Ik zal vooraf zeggen, Mijnheer de Voorzitter, dat de redactie van het artikel bij nader inzien niet juist zal worden bevonden. ,,In de gevallen bedoeld in de artt, 48. 49 en 50 wordt, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten, door den Gouverneur-Generaal niet betslist." Dat is de meening niet. Volgens de meening van het opstel moeten de woorden tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten" slaan op het hooren van den betrokken persoon, Wilde «nen die woorden behouden, dan zouden zij moeten volgen op de woorden: „nadat de betrokken persoon in zijne verdediging is gehoord." Ik verlang ze echter geheel te zien weglaten, en aan het slot van het artikel bij te voegen: Van het verhoor wordt proces-verbaal opgemaakt."

Die bijvoeging schijnt mij noodig in liet belang van hem die gehoord wordt, maar ook in het belang vooral van de overheid zelve die 'hoort.

Sluiten