Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vinden. Maar, Mijnheer de Voorzitter, de ordonnantie zelve is voortgekomen van den Gouverneur-Generaal niet den Raad van Indie, en zoo die nu rechtsgeleerdheid genoeg bezitten 0111 de ordonnantie te maken, waarom» niet om daarvan in een bepaald geval te diispenseeren?

Mij dunkt, Mijnheer de Voorzitter, ik heb genoeg gezegd, om ook den Minister de overtuiging te geveni, dat alinea 2 niet anders dan eene blijkbare vergissing is.

De heer Godefroi opperde de gedachte, dat het tweede lid bedoelde, de bevoegdheid tot afwijking van eene verordening te verleenen „ten behoeve van bizondere personen, voor bizondere gevallen."

Ik vat het bezwaar niet, door den spreker uit Amsterdam geopperd, tenzij liet spruite uit eene imdn nauwkeurige opvatting van hetgeen ik de vrijheid heb genomen aan de Vergadering te onderwerpen. Wat hier in liet algemeen bedoeld wordt is duidelijk: dispensatie; dat wil zeggen: verklaring in een bijzonder geval, dat de ordonnantie, die anders toepasselijk zou zijn, niet toepasselijk zal wezen. Welnu, wat is te dien aanzien het natuurlijk beginsel, door de Grondwet overgenomen, en door niemand tot dusver tegengesproken? Dispensatie is eene bevoegdheid des wetgevers; daarom was het noodig, dat, zou de Koning van eene wet kunnen dispenseeren, de Grondwet daartoe den weg opende. Maar ik geloof niet dat het ooit bij eenigen grondwetgever is opgekomen te zeggen: de wetgever kan van zijne wet idispeniseeren; evenmin als het bij den grondwetgever kon opkomen te zeggen dat de Koning bevoegd is om van algemeene maatregelen van inwendig bestuur of van andere Koninklijke besluiten te dispenseeren. Dit spreekt van zelf. De wetgever, die het recht heeft en alleen het recht heeft om de wetten te maken, kan ook in bijzondere gevallen van de werking dier wetten vrijistellen. Die het meerdere kan, kan het mindere. De tweede alinea van dit artikel komt imij derhalve te eenen male overbodig voor, en de verplichting om het Hooggerechtshof te liooren ongepast. Uf is het niet ongepast, dat de rechter, wiens advies de 1ste alinea tot rechtszaken beperkt, worde gemengd in eene zaak van regeering, die uitsluitend tot de bevoegdheid van den Gouverneur-Generaal met den Haad van Indie l>ehoort en moet blijven beliooren?

Er is hier ook geen spraak van persoonlijke belangen in liet bijzonder, maar van de gevallen, waarin dispensatie te pas komt, in het algemeen.

Schrapping van het voorschrift, zei de minister, zou bedenkelijk zijn. Het tweede lid voorzag in eene leemte, die anders in dit reglement zou bestaan. De heer Th. stelde daarop bij amendement voor, het voorschrift te doen vervallen.

Ik zou haast gelooven, dat hetgeen de Minister zooeven gezegd heeft,

Sluiten