Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaande bepaling niet betrekking tot bestaande verordeningen, die volgens het beginsel, in art. 81 neergelegd, zonden moeten worden hervormd. Dan is de eerste alinea uit twee zeer ongelijksoortige deelen samengesteld1, een beginsel zonder gevolg, en een voorschrift, dat, zon het noodig ware, aan het slot van het reglement eene plaats zou behooren te vinden.

Mijne vraag is: moet niet de bepaling: zaken, dir krachtens algeme ene verordeningen ter beslissing staan van het administratief gezag, blijven daaraan onderworpen, bij het maken van de verordening, door de tweede alinea geboden, in hooge mate belemmeren? De Nederlandsche wetgever zal, ja, zich over alle belemmering wel weten heen te zetten; maar zoo het eene koloniale verordening is — en die is hier niet uitgesloten; het kan eene ordonnantie zijn, — dan zal de wetgever in Indie zich door deze bepaling der 1ste alinea verbonden rekenen.

Ik voeg er bij, dat. de strijd, die tusschen zoodanige verordeningen, als waarvan in de lste alinea gesproken wordt, en het beginsel van art. 81 zou kunnen aanwezig zijn, volgens alle regelen van uitlegging moet worden beslist ter gunste van de eerstgenoemde verordeningen. Want een speciaal voorschrift derogeert aan den algemeenen regel.

Ik kom dus tot het besluit, dat het oneindig beter is, de lste alinea te laten vervallen. Al hetgeen men te dezer zake noodig beeft zal toch moeten worden vervat in de olgemeene verordening, door de 2de alinea aangewezen. Ik meen, dat ik eene verbetering aanrade, en neem de vrijheid, als amendement voor te stellen, dat. de lste alinea van art. 85 weggelaten worde.

Het eerste lid van het. artikel, meende de heer de Kempenaer, was onmisbaar. Het artikel bevatte immers twee beginselen. In het eerste lid, dit beginsel, dat er zou zijn eene administratieve rechtspraak, en dat aan die rechtspraak zouden onderworpen worden alle zaken, die uit haren aard of krachtens algemeene verordening daartoe behoorden; in het tweede lid, dit andere voorschrift, dat over geschillen van competentie tusschen de rechterlijke en de administratieve macht de gouverneur-generaal zou beslissen.

De \raag blijft steeds: is> de eerste alinea noodig, heeft zij eenignut? Kan zij niet veeleer schaden? Ik meen dat zij gee;n nut hoegenaamd heeft, en dat zij schadelijk kan zijn.

Hoegenaamd geen nut. Daarop heeft de geachte spreker uit Tiel (de heer de Kempenaer) geantwoord, en de Minister heeft het herhaald, dat zonder deze bepaling aan het administratief gezag geene administratieve beslissing zou zijn opgedragen. Dit ontken ik. Het administratief gezag is geroepen om te beslissen over administratieve geschillen. Dit is eene eigenschap der besturende macht, en geene wet behoeft haar dat vermogen te geven. Zonder die bevoegdheid om binnen

Sluiten