Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de Grondwet niet overgenomen. Hier wordt gezegd, dat liij. op wiens bevel de arrestatie is geschied, gehouden is daarvan, terstond kennis te geven aan den officier van justitie bij de Europeesche rechtbank, binnen wier rechtsgebied de inhechtenisneming is geschied. Maar in het eerste lid van art. 152 der Grondwet volgt: ,,en hem voorts den gearresteerde binnen den tijd van drie dagen over te leveren." Waarom is die of dergelijke bepaling hier weggelaten?

In artikel 89, antwoordde de minister, werd onder „buitengewone omstandigheden" hetzelfde bedoeld als in artikel 152 der grondwet.

Ik wil niet terugkomen tot de ,,buitengewone omstandigheden", waarover zeer veel zou te zeggen wezen: vooral wanneer men bepaalde omstandigheden in het artikel aanhaalt. Maar ik hernieuw mijne vraag ten aanzien van het tweede punt. Er moet terstond worden kennis gegeven aan den officier van justitie bij de Europeesche rechtbank, en waarom nu ook niet de overlevering van den gearresteerde bevolen zoo niet binnen 3, dan binnen 5, C of 8 dagen, binnen een bepaalden tijd?

Ook op mijne eerste vraag: of de inlander onvoorwaardelijk kan worden in hechtenis genomen, is niet geantwoord.

Artikel 95.

Het zij mij vergund eene vraag te doen ten aanzien van de tweede alinea. Het geldt hier een doodvonnis dat reeds ten uitvoer is gelegd ten gevolge van de weigering van den Gouverneur-Generaal. In de tweede alinea wordt gezegd, dat de beschikking, waarbij de ten uitvoerlegging is geweigerd, ter kennis wordt gebracht van den Minister van Koloniën. Ik vraag, tot mijne onderrichting, waartoe dient dat? W elk gevolg heeft die kennisgeving? Wat geschiedt nu met den veroordeelde? Hoe wordt eene eindelijke beslissing verkregen?

Geschiedt de kennisgeving aan den Minister van Koloniën, om de zaak aan de beslissing van den Koning te onderwerpen, dan had men dit wel mogen zeggen.

Artikel 97.

Ik wensch eene vraag' te doen, waarop het beter is hier antwoord te ontvangen, dan te wachten tot de behandeling van artikel 98, waartoe die vraag eigeinlijk betrekking heeft. Er staat hier: ,,De president van liet Hooggerechtshof in Nederlandsch Indie wordt door den Koning benoemd en ontslagen." Maar in art. 98 lees ik, dat de president, de vice-presldent en de leden van het Hooggerechtshof door den Koning niet kunnen worden ontslagen dan in zekere gevallen. Derhalve schijnt het ontslag ook van den vice-president en de leden aan den Koning te

Sluiten