Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LIESBUBO.

fectie is niet aan te tonnen. Verder is het van belang te weten, dat ook bij doodelijk eindigende gevallen de bnbo opvallend kan teruggaan.

Het verder verloop bestaat in verettering of in resorptie. Treedt ettering op, dan ontstaat er na eenige dagen, meestal in het stadium aeme en nadat de bubo eenigen tijd stationnair is geweest, snel een nieuwe zwelling. Op den 8*-'" tot 14en dag van af het eerste optreden bestaat er dan meestal een rijp absces, dat doorbreekt en in gemiddeld 3 tot 4 weken geneest. De eenvoudige „Zertheilung" zonder verettering komt even dikwijls voor. Zelden gebeurt het, dat de gezwollen klieren weken lang stationnair blijven om eerst daarna te veretteren.

Primaire bubonen bevatten enorme massa's pestbacillen, zoolang geen verettering intreedt of de resorptie verder gevorderd is. Waar de klier verettert, treden degeneratievormen der bacillen op; zij verminderen dan sterk in aantal en zijn soms in dit stadium niet meer aan te toonen. Hoewel door sommige onderzoekers zelfs in de door operatie ontlaste pus nog constant bacillen zijn aangetoond, gelukte . dit anderen niet.

Streptococcen vindt men in die abscessen alleen bij uitzondering; waar zij aanwezig zijn, gelukt het niet, de pestbacillen aan te toonen. Klinisch is nog van belang, dat de verettering der klieren zonder koorts kan geschieden.

Als een bubo niet verettert, maar resorbeert, dan gaat, zoodra de opslorping wordt ingeleid, de periglandulaire infiltratie snel terug, waardoor de klieren zelf weer duidelijk palpabel worden. De bedekkende huid wordt dan weeker, dunner en meer plooibaar; de pijn vermindert, de tumor wordt snel kleiner, eerst hard elastisch en daarna fibreus hard, om ten slotte geheel te verdwijnen.

Gaan wij thans na deze algemeene bespreking der pestbubonen over tot de nadere beschouwing van de verschillende localisaties en beginnen wij daarbij met den primairen

Sluiten