Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWINTIGSTE VOORDRACHT.

HARTS YMl> TOMEN.

Pest (slot). Knokkelkoorts.

Bij geen enkele infectieziekte treden hartsymptomen zoo sterk en zoo vroeg op den voorgrond als bij pest. Het hart beheerscht de prognose; de pestlijder sterft aan hartparalyse.

De pols is in het begin vaak vol en in overeenstemming met den lichaamsbouw, behalve in zeer snel verloopende gevallen; de spanning is verschillend al naar den toestand van het hart; de grootte van den pols is in het algemeen in overeenstemming met de volheid en de spanning. In dit beginstadium is hij reeds vaak duidelijk dicroot, soms dagen lang.

De frequentie is in het begin matig hoog, omstreeks 120. Waar dadelijk van den aanvang hooger frequenties, van bijv. 140 voorkomen, is de prognose sJeclit. Een relatief langzame pols heeft geen prognostische beteekenis, daar hij ieder oogenblik frequent kan worden.

Stervende pestlijders hebben soms een polsfrequentie van 200 tot 210, welke in den regel kort voor den dood snel daalt. Bij genezende gevallen, hoe ernstig de andere symptomen ook mogen zijn, komt de pols zelden of nooit boven de 120 tot 130. Waar hij langdurig en vroeg 140 tot 150 is, verloopt het geval bijna altijd doodelijk; alleen zag men bij genezende kinderen tijdelijk wel eens 150 tot 160.

Het optreden der hartzwakte is gemakkelijk aan den pols te herkennen; de spanning daalt, de pols wordt klein, bij

Sluiten