Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De specieele bacteriologie der beri-beri is spoedig afge- > handeld, niet omdat er nog geen organisme ontdekt is, dat j de oorzaak zou zijn, maar wel omdat wij die in te grooten getale kennen, terwijl geen van allen de bewijzen heeft geleverd van werkelijk met deze ziekte in oorzakelijk verband te staan. Men heeft beschreven bacillen, coccen en sporen, maar jnet is geen der ontdekkers mogen gelukken daarvan aan te toonen, dat zij iets met beri-beri te maken hebben. Wij zullen hier dan ook geen namen noemen en evenmin ingaan op de verschillende onderzoekingen, die dit hoofdstuk hebben verrijkt met een drietal beri-beri-protozoën, die ook alweer uitsluitend beteekenis hebben in het brein hunner ontdekkers.

Wij zullen liever onze beschouwingen over de nieuwere meeningen omtrent de oorzaken der beri-beri aan de andere zijde van het vraagstuk beginnen, nl. met het nagaan van den invloed der voeding, en daaraan nog doen voorafgaan een zeer merkwaardig onderzoek van Eijkman, dat later is voortgezet door Grijns, en dat betrekking heeft op neuritis bij kippen, die zeer veel punten van overeenkomst vertoont met beri-beri.

Eijkman vond, dat in 1890 bij de kippen van het laboratorium alhier plotseling een ziekte optrad, waarvan de symptomen veel overeenkomst hadden met beri-beri en die de dieren aantastte, zonder dat daarvoor een oorzaak kon worden aangegeven; nieuw aangeschafte hoenders werden meestal na drie of vier weken ziek. Dat was dus de incubatie-per'iode; de verschijnselen waren hoofdzakelijk die van dyspnoe en paralyse. Bij anatomisch onderzoek vond hij zenuwdegeneratie. Eijkman zou geen kind van zijn tijd geweest zijn, als hij, toen hij trachtte de oorzaak van die ziekte op te sporen, niet in de eerste plaats had gedacht aan een infectie, maar parasieten waren niet te vinden en alle pogingen om de ziekte op andere dieren over te brengen, mislukten. Door een eigenaardige omstandigheid

SPECIEELE BACTERIOLOGIE-

l'OLYNEUIllTIS (iAI.l.lNAHUM.

Sluiten