Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DER SCHEEli

daar wel de eene of andere factor is, die de waarde van dergelijke waarnemingen doet verminderen, maar ik heb toch zelf dingen van dien aard gezien, die zeer vreemd zijn. Ik was indertijd waarnemend Directeur van de Dokterdjawaschool, toen het nieuwe gebouw in gebruik werd genomen. In de oude school kwam in het laatste jaar zoo goed als geen beri-beri voor, maar de nieuwe school was nog geen twee maanden in gebruik, of er brak een belangrijke beri-beri-epidemie uit, zonder dat er iets aan de voeding veranderd was. De jongens waren nl. allen bij verschillende menschen in de menage of aten van een warong, de een hier, de ander daar; ieder zorgde voor zijn eigen voeding, en het is toch zeer moeilijk aan te nemen, dat in zoo'n korten tijd bij zoo verschillende bronnen van voeding een constante afname van phosphaat in de voeding zou zijn opgetreden. Dit is een waarneming, die ook nog elders meermalen is gedaan. Men ziet niet zelden bij in gebruik nemen van nieuwe gebouwen beri-beri optreden. Het is dus voor mij de vraag of wij met de theorie van Schaumann, zelfs als die experimenteel wordt bevestigd, geheel en al zijn, waar wij moeien komen, en ik vvi nog volstrekt niet de mogelijkheid ontkennen, dat er eer. nifectieuse factor in het spel is, hoewel thans toch zeker reeds gebleken is, dat het al of niet optreden van beri-beri in belangrijke mate afhankelijk is van den aard der voeding. Met zekerheid kan ik echter over al deze quaesties

nog niet spreken.

Nu wil ik U nog een paar zaken op aetiologisch terrein

vertellen, waarvan enkele wel de aandacht verdienen. Vooreerst wil ik U mededeelen, dat door Dr. van der Scheer eenige jaren geleden de meening is geuit, dat beri-beri zou zijn een infectieziekte, waarvan de overbrenging op de eene of andere wijze verband zou moeten houden met dieien, ene zoowel aan boord van schepen als op het vaste »and voorkomen, waardoor hij tot de meening kwam, dat de beri-beri

Sluiten