Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HElU-IiElU SIMPLEX.

troffen. Die vier vormen zijn ten eerste de beri-beri simplex, ten tweede de beri-beri hydropica, ten derde de beri-beri atrophica en ten vierde de beri-beri perniciosa. De eerste drie zijn meestal chronisch, soms subacuut; de laatste is altijd acuut.

Wij beginnen de beschrijving van de symptomatologie der beri-beri met een kort overzicht van het ziektebeeld der vier bovengenoemde vormen om daarna de verschijnselen in meer bijzonderheden na te gaan.

Ten eerste de beri-beri simplex. Deze begint gewoonlijk zeer langzaam; een stadium prodromorum ontbreekt dikwijls. Waar het aanwezig is, bestaat het in een algemeen gevoel van onwel zijn en verder in katarrhale symptomen, verkoudheid en inaagdarmkatarrh, soms met lichte koorts; deze katarrhale verschijnselen gaan meestal bij het uitbreken der beri-beri terug. De eigenlijke ziekte begint in den regel met klachten over moeheid en zwaarte in de beenen; verder spanning en pijn in de kuitspieren, die niet zelden zeer verdikt (pseudohypertrophisch) zijn, en ook pijnlijk bij druk. Verder bestaat in de meerderheid der gevallen een licht praetibiaal oedeem, dat bij rust spoedig verdwijnt. Het is b. v. zeer gewoon, dat iemand met beri-beri simplex in het hospitaal komt en duidelijk oedeem vertoont, terwijl dit reeds den volgenden morgen verdwenen is. Ook vindt men lichte gevoelsstoornissen aan de beenen, die niet tot totale anaesthesie voeren, maar alleen bestaan in hypaesthesie; de patiënten voelen daar minder scherp dan op andere plaatsen. Een andere veel geuite klacht is gemis aan pijngevoel, als bewijs waarvan de patienten zich haren uit de beenen trekken en zeggen, dat dit geen pijn doet. Dit beteekent echter niet veel, want men ziet dit ook dikwijls bij menschen met geheel normale zenuwen. Paraesthesieën (mierenkruipen, prikkeling en dergelijke) zijn zeer algemeen. Deze stoornissen nemen langzamerhand toe en breiden zich over andere regiones uit.

Sluiten