Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIER EN TWINTIGSTE VOORDRACHT. BerNberi (vervolg).

Na de gisteren gegeven korte schets van de vier verschillende vormen van beri-beri, die, het zij nog eens gezegd, geleidelijke overgangsvormen vertoonen, kunnen wij overgaan tot de nadere bespreking van de symptomen.

De algemeene voedingstoestand lijdt vooral bij atrophische beri-beri, maar ook bij de andere vormen kunnen stoornissen daarvan optreden. Constant zijn deze echter niet. Vaak zijn de slijmvliezen bleek en vindt men teekenen van bloedarmoede, hoewel lang niet zoo dikwijls, dat daarin een verklaring van de ziekte kan worden gezocht.

Wat het uiterlijk van den patiënt betreft, zoo is dit vooral bij de met oedemen gepaarde vormen vaak zeer eigenaardig. Die menschen hebben heel dikwijls een eigenaardig breed gelaat, net alsof zij een matigen graad van dubbelzijdige parotitis hebben. Dit is inderdaad het gevolg van vergrooting der parotis; van welken aard deze is, kan ik niet zeggen; oedeem is het niet. Deze verbreeding van het gezicht, gepaard aan het eigenaardige pasteuse van hetoedemateuse individu, geeft zeer vaak zulk een typisch uiterlijk, dat men den beri-berilijder op het eerste gezicht herkent. Subconjunctivaal oedeem ziet men niet dikwijls.

Wij moeten nu in de eerste plaats spreken over de verschijnselen van het zenuwstelsel en wel het allereerst over de bewegingsstoornissen, die bij de beri-beri een hoofdrol spelen. Deze beginnen bijna altijd aan de onderste ledematen; soms vindt men alleen lichte paresen, soms totale paralysen. In lichte gevallen is de gang weinig veranderd;

6

I OEDINGSTOESTAND.

UITERLIJK.

PARESEN ENPARALYSEN

Sluiten