Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lukkig werd veelal kans gezien om in zeer korten tijd den galvanometer defect te krijgen, zoodat de zaak van zelf stil stond en reeds na een jaar practisch niet meer werd toegepast. Ik releveer die geschiedenis met opzet, omdat U waarschijnlijk wel menig oud officier van gezondheid met minachting zult hooren spreken over de waarde van het electrisch onderzoek, welke waarde hij dan toetst aan die in '87-88 opgedane ervaring, maar dat is zeer onbillijk, want zonder eenigen twijfel is deze methode van onderzoek in handen van iemand, die er mede vertrouwd is en die er den noodigen tijd aan kan geven, een uiterst zeker en kostbaar middel, om zenuwdegeneratie aan te toonen.

De electrische afwijkingen, die bij beri-beri kunnen worden waargenomen, zijn van drieërlei aard: Ten eerste eenvoudige vermindering der electrische prikkelbaarheid van spier en zenuw zoowel voor den galvanischen als voor den faradischen stroom, ten tweede compleete ontaardingsreactie, en ten derde partieële ontaardingsreactie. Het is natuurlijk volmaakt overbodig nader op de beteekenis van deze uitdrukkingen in te gaan, die U van vroeger zeker ten volle bekend is. Om te kunnen beoordeelen of in een gegeven geval veranderingen in de prikkelbaarheid bestaan, moeten wij de normale cijfers kennen. Deze worden hier nog altijd, naar aanleiding van een daartoe gehouden onderzoek van Eijkman, opgegeven voor de electrode van Erb, die, zooals U bekend zal zijn, 10 cM2. groot is, en niet met de slechts 3 cM2. groote electrode van Stintzing, welke tegenwoordig veel meer wordt gebruikt en waarop de in de handboeken voorkomende prikkelingswaarden betrekking hebben. Ik zal U daarom even opgeven, welke de normale cijfers zijn bij toepassing van Erb's electrode. Bij directe spierprikkeling van den m. tib. ant. moet men bij KaS. contractie krijgen met een stroom, die zwakker is dan 10 mA. en sterker dan 3 mA. Ontstaat geen contractie bij een stroomsterkte van

Sluiten