Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANATOMISCHE . AFWIJKINGEN.

ZENU WONDERZOEK.

VIJF EN TWINTIGSTE VOORDRACHT.

BerUberi (slot).

In tegenstelling met onze gewoonte moeten wij een enkel woord zeggen over de pathologische anatomie, omdat beriberi-secties zeer veel voorkomen en omdat men niet overal de techniek van het zenuwonderzoek beschreven vindt.

Het uiterlijk voorkomen is verschillend al naar het cadaver al of niet hydropisch is. Hydropericardium is bijna constant; hydrothorax en ascites komen veel minder dikwijls voor. Men vindt puntvormige bloeduitstortingen onder de pleura visceralis en onder het pericard. Het hart is bijna altijd gedilateerd en gehypertrophieerd, vooral naar rechts, doch vaak ook naar links. De ostia zijn zeer wijd. De kleur van de hartspier is soms normaal, soms geel, soms bleek, soms bruin; het bloed is donkerrood en grootendeels vloeibaar. In het hart en in de groote vaten vindt men groote postmortale coagula; de longen zijn sterk oedemateus; in het darmkanaal vindt men veneuse hyperaemie en dikwijls in het slijmvlies kleine bloedingen; stuwingsnieren.

Aan de zenuwen ziet men met het bloote oog geen veranderingen. Mikroskopisch zijn zij zeer karakteristiek ontaard. Om dergelijke zenuwen te onderzoeken, behandelt men ze op de volgende wijze. Men maakt een overlangsche insnijding langs den buitenrand van de tibia, dringt stomp tusschen den m. tib. ant. en de lateraal daarvan gelegen spieren in, en vindt dan op het ligainentum interosseum dadelijk den nervus tib. ant. Deze wordt uitgesneden, waarbij men zooveel mogelijk de spiertakjes van den m. tib. ant. medeneemt. Deze kleinere zenuwtakjes bevestigt men zonder

Sluiten