Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigen lichaam verteren. Die copieuse ontlastingen zijn sterk schuimend, grijsachtig van kleur en van een eigenaardigen lijmachtigen reuk. Het is een gewone fout, dat men de betrekkelijk lichte kleur dezer faeces toeschrijft aan verminderde leverwerking. Men meent dat de faeces zoo licht zijn, omdat er geen gal bij is. Dit is onjuist. De lichte kleur dezer faeces berust niet op de afwezigheid van gal, maar alleen op de afwezigheid van hydrobilirubine (urobiline), de normale galkleurstof, die vervangen is door het

kleurlooze leuko-urobiline.

Volgens Dr. Van Vliet, die op Sumatra's Westkust zeer veel spruwlijders behandelde, worden de ontlastingen vloeibaar geloosd, doch gaan zij onmiddellijk sterk gisten, waardoor zij evenals een deeg rijzen, zoodat zij op den duur van vloeibaar meer sponsachtig worden; zij stollen als het ware. Volgens hetgeen ik er zelf van gezien heb, durf ik niet zeggen, dat het volume sterk toeneemt, maar weet ik wel, dat in den regel deze ontlasting bestaat uit een schuimende grijze massa, die op vloeistof drijft, of wel de heele ontlasting bestaat uit een dergelijke sterk schuimende substantie. Soms vindt men in de ontlasting enkele harde stukjes. Bij chemisch onderzoek vindt men in deze faeces volgens Dr. Van Scheer een zeer hoog gehalte aan vet en vrije vetzuren, wat men ook mikroskopisch gemakkelijk kan waarnemen. Ik heb dit zelf in eenige gevallen kunnen bevestigen. Wij komen hier nog op terug. De loozing dezer ontlasting gaat niet gepaard met pijn van beteekenis; wel zijn de patienten vaak wat gevoelig aan den anus door lichte excoriaties.

Hevige buikpijn hoort in het beeld dezer ziekte evenmin thuis. Volgens Dr. Van den Burg is in dit stadium altijd reeds leververkleining te constateeren. De urineafscheiding is gering; men vindt er soms een neerslag van uraten in en een enkele maal ook wel eens een spoortje eiwit.

In dit stadium, dat jaren lang kan aanhouden, behoeft de

Sluiten