Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

patiënt nog niet te vermageren. De voedingstoestand kan dus niettegenstaande de chronische diarrhee geruimen tijd vrij goed blijven.

Op den langen duur evenwel gaat bij slecht verloopende gevallen de voedingstoestand achteruit. De patiënten verdragen hoe langer hoe minder voedsel; zij braken vaker; de ontlasting wordt van tijd tot tijd zeer frequent en dun; het meteorisme blijft bestaan. Soms komen er hectische koortsen of sterft de patiënt aan uitputting. In dit laatste stadium wordt geklaagd over een brandende pijn langs den slokdarm; tong, mondholte, pharynx, zelfs de neusholten zijn vuurrood. Van normaal slijmvlies is niets meer te zien; alles glinstert zonder zwelling; de tong is zelfs verkleind. Vaak is zij door kloven in eenige kwabben verdeeld; meestal vindt men dan één dergelijke kloof overlangs met enkele dwars daarop staande. Behalve pijnlijk is de mond dan nog zeer droog; het vettige gevoel daarentegen, waarover vroeger geklaagd werd, is meestal verdwenen. De ontlastingen zijn nog copieus, zien er veelal uit als verdunde melk, al of niet schuimend. De leververkleining neemt toe. De lijders klagen veel over een subjectief gevoel van koude; de huid is flets en bleek; de huidturgor is verminderd; de zweetafscheiding, die vroeger gering was, wordt in dit laatste tijdperk overvloedig en put den patiënt nog meer uit. De prikkelbare stemming van het tweede stadium maakt hier meer plaats voor een berustende.

Zeer onaangenaam is het feit, dat spruw groote neiging vertoont tot recidiveeren. Het is zelfs niets bijzonders, dat bij patiënten die geheel genezen schijnen en die langen tijd absoluut geen verschijnselen hebben vertoond, toch nog weer het oude syniptomencomplex terugkeert. Dit heeft voor ons de practische gevolgtrekking, dat zoogenaamd genezen of verbeterde spruwlijders altijd zeer voorzichtig moeten blijven, met name wat hun dieetregeling betreft, en dat wij ze lang onder observatie moeten houden.

DERDE STADIUM.

UE( 7 Dl EVEN.

Sluiten