Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERTIGSTE VOORDRACHT.

Dysenterie (vervolg).

(hros'ische Wij moeten nu een enkel woord zeggen over de chro-

dysentekie njsche dysenterie, die steeds, ten minste bijna altijd, berust op infectie met dysenterie-amoeben. Wat wij liet meest zien, zijn juist die patiënten, die in den overgang zijn van de acute tot de chronische dysenterie. De meeste gevallen toch, die wij waarnemen, zijn recidieven, en waar dergelijke recidieven herhaaldelijk optreden, daar bestaat de grootste neiging tot het blijvend voorkomen van darmverschijnselen; daar gaat de dysenterie niet meer geheel terug; daar wordt zij chronisch. Ontwikkelt zich dus de chronische dysenterie normaliter uit recidieven van amoebendysenterie, dit is echter geen regel zonder uitzondering. Er komen ook wel gevallen voor, waarbij nooit acute verschijnselen hebben bestaan, maar waarbij van den beginne af aan de ziekte een slepend verloop heeft gehad. Men ziet ook wel, dat een patiënt begint met verschijnselen te vertoonen van een chronischen darmkatarrh. Hij krijgt eerst een tijdlang onregelmatige ontlastingen, afwisselend diarrhee en constipatie; langzamerhand krijgt de diarrhee de overhand, dan komt er op den duur wat slijm en bloed bij de faeces en als men deze dan onderzoekt, vindt men de dysenterie-amoeben.

De ontlasting bij echte chronische dysenterie is zeer uiteenloopend. Meestal vindt men matig frequente defaecatie, bijv. 2 tot 6 maal daags. De faeces zijn dun en verschillend van kleur en reuk. Men vindt daarin slijm, bloed en

Sluiten