Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DEHMATOL CI.YSMA.

7.I.VA7A7> CLYSMA.

Aangaande de techniek der jodoformlavementen moet nog worden vermeld, dat zij langzaam moeten worden ingespoten, wat in het algemeen het best gaat met een gewonen Hegarschen trechter, en dat men bij voorkeur een slappe canule gebruikt.

Sommigen geven clysmata van jodoform opgelost in oleum olivarum of in oleuni cocos. Ik doe dit nooit, omdat daarvan eerder resorptie te verwachten is en omdat olie niet zoo goed met den darmwand in aanraking komt.

Ik voor mij gebruik, zooals reeds gezegd is, bijna alleen de groote jodoformlavementen, omdat ik er geen kwaad van zie en het veiliger vind, aangezien deze ook hooger gelegen gedeelten van den darm bereiken. Ik heb meermalen bij secties kunnen constateeren, dat jodoform tot in het coecum aanwezig was.

Wil men om de een of andere reden geen jodoformclysma voorschrijven, dan kan men in dezelfde dosis dermatol geven, dan wel salicylas bismuthi.

Van zeer bevoegde zijde worden sterk aanbevolen groote lavementen van een lauw-warme tannine-oplossing vaneen half procent; alleen wordt er voor gewaarschuwd, dat men deze groote clysmata |2 tot 2'/2 liter] niet geeft bij gevaar voor perforatie, maar er wordt niet bij gezegd, hoe men dat gevaar voor perforatie herkent. Men zal daarmee wel bedoelen, dat men met deze clysmata voorzichtig moet zijn, wanneer er groote stukken necrotisch darmslijmvlies in de ontlasting aanwezig zijn. Ik heb die tannine-lavementen vaak gebruikt en ben over de werking tevreden, doch moet opmerken, dat het mij nooit is gelukt bij een dysentericus 2 tot 2'/2 liter in te brengen. Meer dan 1 a 1 '/a liter kon ik in één clysma nooit plaatsen. Het is met die lavementen zoo, dat men soms ziet, dat tanninelavementen helpen, waar jodoformclysniata in den steek laten en omgekeerd. Over het algemeen echter heb ik.den indruk gekregen, dat men van jodoform vaker resultaten ziet dan van tannine.

Sluiten