Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f

opgehouden; soms hoort men wrijven aan pericardium of pleura. Het bewustzijn is aanwezig, maar er bestaat apathie.

De dorst, de praecordiale angst en het gevoel van oppressie duren voort. De temperatuur is bij typische gevallen van asphyctische cholera peripheer verlaagd en centraal verhoogd, zoodat soms temperatuur-verschillen van 5 graden en meer kunnen bestaan tusschen oksel- en rectaaltemperatuur. Dit groote verschil is het gevolg van de absoluut onvoldoende circulatie. Er wordt in het lichaam veel warmte geproduceerd, maar aangezien er zoo goed als geen bloedsomloop bestaat, blijft de huid koud. Het verschil in temperatuur bij opname in den oksel en rectaal is dan ook een maat voor het deficit in circulatie. Waar dit verschil groot is, heeft men met een zeer zwaar geval te doen.

Gelukkig komt het, zooals reeds gezegd is, niet altijd tot ontwikkeling van dit stadium asphycticum. Waar het evenwel optreedt, is de prognose altijd zeer ernstig.

Na korter of langer tijd, meestal binnen den len tot 3e" dag na het optreden der typische choleraverschijnselen, is reeds beslist, of de patiënt den aanval zelf te boven zal komen ja dan neen. Is dit het geval, dan gaat hij over in genezing of in het stadium van reactie. Het braken houdt op; de ontlasting krijgt weer een meer faeculent karakter; de hartswerking wordt krachtiger, zoodat de pols weer gevoeld wordt; de praecordiale angst verdwijnt, de cyanose eveneens, en wat men het liefst van alles ziet, de urine- /,>/.; |ryv/•;. secretie keert terug. Wanneer alles zoo goed mogelijk gaat, stmuiwi. dan is vaak in verwonderlijk korten tijd de patiënt deze zware ziekte te boven. Ongelukkig is dit echter lang niet altijd het geval, maar dreigen den patiënten ook na afloop van den cholera-aanval gevaren, die nog menigeen ten grave slepen.

Veelal ziet men een langzame reconvalescentie. Hiervoor is soms de oorzaak een langdurig blijven bestaan van hartzwakte; vaak ook komt de urinesecretie niet weer

y

\

Sluiten