Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een lepel krijgt; vandaar de naam. U ziet hier een vrij groote naja, die is geconserveerd met opgerichte halsribben, en waarbij U die eigenaardige lepelvormige verbreeding van de halsstreek kunt zien. U kunt daarbij tevens opmerken, dat de brilvormige teekening van de naja tripudians aan de rugzijde ontbreekt; deze laatste schijnt bij jonge exemplaren een enkele maal aangeduid te zijn. Zelf heb ik eens een ontmoeting gehad met een dergelijke naja van minstens 3 M. lang. Wij reden in een reiswagen over een smallen weg in de Zuid-Preanger. toen plotseling een zeer groote naja sputatrix haar hals oprichtte en langzaam langs den wagen vooruit schoof. Zeer goed heb ik daarbij gezien, hoe deze dieren niet zooals vele andere slangen ook met den kop op den grond kruipen, maar wanneer zij onrustig zijn een groot gedeelte van den hals verticaal omhoog strekken, doch daarbij den kop horizontaal houden. Deze naja is zeer traag in hare bewegingen en valt den mensch nooit aan, wanneer zij niet getergd of aangeraakt wordt; integendeel ze kruipen bijna altijd weg bij nadering van een mensch. Worden zij vervolgd, dan trachten zij het liefst door het water te ontkomen, daar zij zich zwemmende veel sneller kunnen verplaatsen dan over land. Zien zij geen kans te ontkomen, dan keeren zij zich plotseling met oprichten hals om en spuwen den naderenden vijand een zeer scherp vocht toe. Ik weet daarvan een geschiedenis van een militairen apotheker, die hier in de omstreken van Batavia op jacht ging en die op een gegeven oogenblik een groote blauw-zwarte slang in de sawah zag. Met het verderfelijke instinct, dat de meeste menschen eigen is, dat zij nl. geen slang kunnen zien zonder haar te willen dooden, trad hij op het beest toe met de bedoeling het af te maken. Het dier vluchtte evenwel en in plaats van toen zoo verstandig te zijn om het stil te laten vertrekken, liep hij het achterna, ook alweer rein instinctmatig, zooals dat van de IOC) menschen zeker 99 zouden doen;

Sluiten